Michiel Verbeek

30 jul

Vernieuwend onderwijs moet een nieuwe balans weten te vinden tussen kwalificatie, socialisatie en subjectwording.

 

In 2012 verscheen de whitepaper over de 21th centuryskills. Dat heeft Onderwijs2032 opgeleverd en sinds kort: curriculum.nu.  

 

Ik heb Goed onderwijs en de cultuur van het meten van Gert Biesta en het Agoramodel van René Gudde gelezen. Ik heb twee lezingen van Gert Biesta bekeken en beluisterd: https://www.youtube.com/watch?v=AmeFn8LeHLI  en  https://www.youtube.com/watch?v=5kfSkWT7ZLY&list=PLLRpyh9d5ZYdI2mMtiMKqzdm6B-iR8aw_&index=3&t=0s

En een presentatie van Bas van der Meijden over het Agoramodel: https://www.youtube.com/watch?v=_UicFdqp9sk&list=PLLRpyh9d5ZYdI2mMtiMKqzdm6B-iR8aw_&index=2&t=5s

Zeer interessant voor eenieder die ontwikkeling van het onderwijs belangrijk en interessant vindt.

 

 

Hierbij mijn observaties, leringen en een paar eigen gedachten:

1. Gert Biesta biedt een helder kader voor de functies van onderwijs: kwalificatie, socialisatie en subjectwording. Kwalificatie: aanleren van kennis, ervaringen en begrip. Ook het leren van levenslessen. De kwalificatiefunctie is niet beperkt tot de voorbereiding op de wereld van werk en arbeid. Het gaat ook om politieke geletterdheid, kennis en vaardigheden voor goed burgerschap en vorming van culturele geletterdheid. En dan komt vanzelf socialisatie in beeld. Socialisatie: de socialisatiefunctie heeft te maken met deel worden van bepaalde sociale, culturele en politieke ordes. Het invoegen van nieuwkomers in bestaande ordes. Overdracht van normen en waarden. Of het in standhouden van culturele en religieuze tradities. Je leren te verhouden tot de samenleving. Subjectwording: bij subjectvorming gaat het om persoonsvorming. Manieren aanleren om ook weer onafhankelijk te zijn van de bestaande ordes. Een vorm van individuvorming. Toch maakt Biesta onderscheid tussen subjectwording en individualiteit. Het verschil tussen persoonsvorming waarbij de relatie van het individu tot de groep en de samenleving centraal staat (subjectwording) en de jezelf als middelpunt van de wereld (individualiteit). Socialisatie gaat over deel uitmaken van ‘ordes’, subjectwording heeft aandacht voor uniciteit, uitdrukking van hoe we verschillen van die ordes. Als je naar het huidige onderwijs kijkt dan is de kwalificatie voortdurend onderwerp van gesprek, maar systematisch werken aan socialisatie en subjectwording laat nog erg te wensen over. Het systematisch aandacht besteden van de socialisatiefunctie is natuurlijk iets anders dan tijdelijke aandacht voor burgerschapskunde of een lesje democratie en staatsinrichting.

2. In de socialisatiefunctie gaat het om een jongere te leren om zich te verhouden tot de samenleving. Biesta noemt in dit verband systematische aandacht voor democratie, ecologie en zorg. Per slot van rekening proberen we kinderen en jongeren voor te bereiden op goed burgerschap. Anders gezegd: een van de taken van het onderwijs is bijdragen aan de productie van democratische burgers of te wel een effectieve socialisatie van ‘nieuwkomers’. Bij de kernwaarden van de democratie hoort inclusie. Daarbij gaat het om iedereen bij het besturen van de samenleving te betrekken. Democratisering kunnen mensen alleen zelf doen. Dat kan door emancipatie: het ontsnappen aan een minderheid. Bij subjectwording gaat het om talenten te ontdekken en te ontwikkelen, maar ook bijdragen aan het individu dat een kind of jongere wil zijn. En dan beschreven in termen tegenover de samenleving.

3. Gert Biesta constateert dat in de dialoog over onderwijs drie termen gebruikt worden voor het beschrijven van het doel van onderwijs: leren, ontwikkelen en vorming. Biesta heeft een duidelijke voorkeur voor vorming en neemt stelling tegen het ‘ver-leren’ in het onderwijs. Het nieuwe taalgebruik van leren ten opzichte van onderwijs en onderwijzen. Het is een iets teveel individualistisch concept voor een school en te weinig aandacht voor het doel van leren in een bredere context van de ontwikkeling van de samenleving! School moet gericht zijn op wat goed is voor het kind en op het leven met anderen, maar ook voor het leven op deze planeet.

4. Leraren stellen vaak de centrale vraag: wat is effectief voor leerlingen? Er is volgens Gert Biesta een betere vraag: wat is geschikt voor deze leerlingen in deze omstandigheden? Een belangrijk onderscheid. De context is van groot belang bij de inzet van leermiddelen.

5. In het boek van Gert Biesta komt de kentheorie van John Dewey aan de orde. Een manier van handelen. De theorie van kennen en niet zozeer van kennis. Centraal staat: ervaring. Dewey noemt transactionele kentheorie tegenover toeschouwerstheorie van kennis. Een ervaring volgens Dewey resulteert in een verandering van organische structuren die de voorwaarde schept voor volgend gedrag. Veranderingen als gewoontes. Een gewoonte is geen patroon van handelen, maar een predispositie om op een bepaalde manier te handelen. We verkrijgen gewoontes door trial and error, door te experimenteren. Alleen doceren levert nauwelijks ervaring op bij leerlingen en dus is het leereffect geringer.

6. Zymund Bauman komt aan de orde over verantwoordelijkheid en Levinas over nabijheid. Werkelijke verantwoordelijkheid is eenzijdig, niet wederkerig en omkeerbaar. De eerste werkelijkheid van het zelf is er voor de Ander zijn, nog voordat je met de Ander bent. Hier moeten we rekenschap van geven bij het handen en voeten geven aan socialisatie. Nabijheid verwijst niet naar het inkorten van een afstand, maar moet begrepen worden als het ‘onderdrukken van afstand’. Dit is geen handeling, maar meer iets van aandacht hebben voor.

7. Onderwijs dient altijd interesse te hebben in menselijke vrijheid. Daarom is de subjectwordingsdimensie zo belangrijk. Biesta grijpt terug naar Immanuel Kant en zijn opvatting over de Verlichting. Het gaat om uittreden van de mens uit de onmondigheid die hij aan zichzelf te wijten heeft en zag onmondigheid om zich van zijn verstand te bedienen zonder leiding van een ander. Blokkeren van de vooruitgang is een misdaad tegen de menselijke natuur! Het in vrijheid denken kan bij Kant alleen gerealiseerd worden door opvoeding. Levinas wordt opnieuw aangehaald, nu over uniciteit. Mijn uniciteit doet ertoe in die situaties waarin ik niet vervangen kan worden door iemand anders. Situaties waar het ertoe doet dat ik er ben en niet een willekeurige ander. 

8. Er wordt volgens Biesta veel gesproken over leren, maar te weinig waar het leren voor bedoeld is. Daarom pleit Biesta voor een beetje minder spreken over leren in z’n algemeenheid, en meer over goed onderwijs. Een geliefde quote van Gert Biesta: If you stand for nothing, you will fall for everything. Het grote gevaar voor mensen die bezig zijn met onderwijsvernieuwing, maar niet een duidelijk idee hebben over de functie en het doel van onderwijs, die zijn bevattelijk voor modes en hypes.

9. In een van de prachtige lezingen van Gert Biesta op You Tube onderbouwt hij dat onderwijs niet een vorm is van individualistisch leren en ontwikkelen. Het gaat om de ontmoeting van de jongere met de wereld. Dus wereldgericht onderwijs. Jezelf als referentie nemen is zo’n egologische gerichtheid. Hieruit breken is een vorm van emancipatie. Groeien naar volwassenheid betekent ‘volwassen in de wereld zijn’. Bij onvolwassen ben jezelf het referentiepunt, het middelpunt. Bij volwassen het andere ook kunnen zien, buiten je eigen referentie treden, aangesproken kunnen worden. Of zoals Philippe Meirieux zegt: in de wereld zijn zonder jezelf in het centrum van de wereld te plaatsen. De school moet voorbereiden op volwassen in de wereld zijn en het verlangen bevorderen om volwassen in de wereld te willen zijn. 

10. Het verzet tegen de meet- en afrekencultuur komt mooi naar voren in het onderscheid dat Biesta maakt tussen bedoeling en doelen. Bij doelen zal onmiddellijk vanuit de reflex van Public Managementdenken de neiging ontstaan van SMART (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdsgebonden) formuleren. Vervolgens zal bij evaluaties gekeken worden naar de getallen bij de doelen in vergelijking van de getallen bij de uitkomsten. Verschillen worden als goed of slecht beoordeeld. Bij bedoeling zal beschreven moeten worden wat er achter de getallen zit. Bij bedoeling zal ook ruim aandacht zijn voor het belang van de relatie tussen docent en leerling in het leerproces van de leerling. Die relatie zal mede bepaald worden door wat Philippe Meirieux noemt: verbinden en loslaten.

11.In het huidige onderwijs zien we nog veel het klassieke beeld van klaslokalen vol leerlingen die van het ene uur naar het andere uur gaan voor verschillende vakken. Op veel scholen betekent het ook vaak van het ene naar het andere uur een sfeerverschil van de individuele docent. Als je 30 kinderen of jongeren de hele dag ophokt in te kleine ruimten, moet je niet raar staan te kijken dat je ‘rattengedrag’ krijgt. We willen positief gedrag en we willen dat kinderen en jongeren de school niet ervaren als een vervelende onderbreking van vrije tijd. Nog erger als zinloze onderbreking! We willen dat kinderen en jongeren de school zien als een inspiratiebron en dat daar het beste uit zichzelf kunnen halen. Na het eindrapport van Onderwijs2032 zijn docenten, schoolleiders en makers van leermethoden op uitnodiging van het ministerie aan het werk gegaan om te komen tot een nieuw curriculum. Op de website www.curriculum.nu zijn de vorderingen te volgen. Vanuit het Agoramodel van René Gude wordt het idee van het onderwijsaanbod in losse vakken volledig op de kop gezet. In de presentatie van Bas van de Meiden wordt de aanpak heel mooi uiteengezet. Bij de Oude Grieken leefden de mensen op het marktplein, de Agora, in vier levenssferen. En die gelden eigenlijk nog steeds: privésfeer, privaatsfeer (werk), Maatschappelijke sfeer (maatschappelijk leven) en de politieke sfeer (stemmen, vertegenwoordigers aanwijzen). Daarnaast kent het Agoramodel van Gude vier oefensferen. Daarmee is het echte leven geschetst. De vraag is nu welke positie zou de school moeten krijgen? Bas van de Meiden plaats de school buiten de Agora van het echte leven en maakt er een soort proeftuin van. De school moet immers leerlingen voorbereiden op het echte leven. Laat ze dan oefenen in de nabootsing van het echte leven.

 

 

Om los te komen van het te vroeg en te veel cijfers geven zonder connectie met achterliggende doelen (denk nog even aan doelen en de bedoeling van onderwijs, zie punt 10) kiest Van der Meiden voor het Student Engaged Assessment, het systematisch volgen van ontwikkelingen.

 

 

12. De school zien als oefenterrein voor het echte leven vind ik een goede gedachte. Maar dan niet alleen om alles in het echte leven te oefenen, maar de oefenplek moet ook gebruikt worden om de nieuwkomers in het echte leven zo toe te rusten dat ze de wereld van het echte leven beter kunnen maken. In het huidige onderwijssysteem is er overmatig aandacht voor kwalificatie. En is er veel te weinig tijd en systematische aandacht voor socialisatie en subjectwording. Daar is nog een wereld te winnen. Er wordt in den lande al flink geoefend met onderwijsvernieuwing dat aansluit op het Agoramodel en de ideeën van Gert Biesta. Onlangs werd ik weer herinnerd aan Niekée in Roermond met Sjef van Drummen als drijvende kracht en De Wittering in Rosmalen. Niekée had ik al eerder kennis mee gemaakt via Tegenlicht van de VPRO.

 

 

Michiel Verbeek, 30 juli 2018

Plaats een reactie

* Verplicht

Uw naam *
E-mailadres * (Uw gegevens worden met zorg bewaard en niet gepubliceerd of verstrekt aan derden)
Vertificatiesleutel
Captcha
Neem bovenstaande vertificatiesleutel over *
Bericht *