Een nieuw kabinet kan ook zonder D66

De kiezer heeft gesproken. Binnen de partijen die mee gaan doen in de formatie is de positie van D66 versterkt. De omvang van het blok mid links en mid rechts is niet veel veranderd. Beiden hebben iets verloren aan populistisch rechts. De formatie wordt spannend. Zullen PvdA en CU breekpunten inbrengen of niet.

Zoals zo vaak kwam de verkiezingsstrijd laat op gang. En vrijwel alleen op televisie en op de sociale media. Vrijwel alle partijen zijn daar aardig bedreven in geworden. In de peilingen tot vlak voor de 17de maart was weinig beweging. Geen enkele partij zou een verschuiving van meer dan 5 zetels meemaken in de vergelijking met de uitkomst in 2017. Dat zou een enorme trendbreuk betekenen. Al meer dan 20 jaar is er altijd een grote winnaar en wordt er minstens met een partij hard afgerekend. Binnen het electoraat maak ik onderscheid tussen drie blokken: mid rechts, mid links en populistisch rechts. Bij de verkiezingen van 2021 heeft het Kaag-effect flink effect gehad op bijvoorbeeld GL en zijn de traditionele linkse partijen, PvdA, GL en SP behoorlijk geslonken. Bekijk je de positie van links/progressief binnen de blokken dan is de conclusie dat het blok slechts twee zetels heeft verloren, maar dat versnippering binnen het blok verder is doorgevoerd. Het blok mid rechts heeft in de afgelopen 20 jaar verloren ten koste van populistisch rechts. 

 

Een derde deel gevoelig voor iets nieuws tegen de bestaande middenpartijen

In 2001 werd door de commissie Wallage het rapport In dienst van de democratie opgesteld. Die commissie heeft een onderzoek laten doen door Motivaction. Daaruit bleek dat ongeveer een derde van het electoraat gevoelig is voor een nieuw fris geluid tegenover de bestaande middenpartijen. Zo’n partij tegen het establishment trekt altijd ook mensen aan uit de extreme rechtse en gewelddadige hoek. Pim Fortuijn heeft die nieuwe beweging ingeluid. De PVV en FVD zijn ook toevluchtsoorden voor mensen die zich in de steek gelaten voelen door de traditionele middenpartijen. Van die andere partijen heb ik niks te verwachten, misschien kunnen Wilders en Baudet iets in beweging zetten, is het gevoel. JA21 heeft slechts geprofiteerd van gedoe binnen FVD. 

 

D66 in Paars

Binnen de blokken vindt wel over en weer uitwisseling plaats, maar het leidt niet tot grote verschuivingen. Binnen de blokken is dat anders. Diederik Samsom verzamelde met succes veel linkse stemmen om een blok te vormen tegen de VVD. Bij deze verkiezingen heeft Sigrid Kaag veel stemmen weggehaald bij GL. In het verleden heeft D66 het andersom meegemaakt. In 1994 beleefde D66 hun grootste overwinning uit de geschiedenis met 24 zetels. Er kwam door de volhoudende opstelling van Hans van Mierlo in de formatie om een Paars kabinet met veel D66 beleid en sfeer mogelijk te maken. Na een succesvol Paars 1 moest D66 in 1998 toch weer 10 zetels inleveren. VVD, PvdA en D66 wilden in 1998 door met Paars. De VVD en de PvdA legden de kiezers voor: wilt u een beetje meer rood of een beetje meer blauw. D66 heeft daar niet slim op ingespeeld en leverde 10 zetels in. Paars 2 ging door, maar met andere verhoudingen.  

 

Het Kaag effect

Vanaf 2020 stond D66 in de peilingen op 5 tot 6 zetels verlies. Tot dat Sigrid Kaag lijsttrekker werd. De peilingen werden iets gunstiger. In de verkiezingsdebatten deed het Kaag het volgens vriend en vijand voortreffelijk. Een nieuw geluid. Voor progressieve/ linkse mensen begon het machtselement mee te spelen. Uit de peilingen bleek zonneklaar dat VVD en CDA een hoofdrol gingen spelen in de formatie. Voor kiezers aan de linkerkant van het politieke spectrum ging het element spelen van een sterk D66 naast VVD en CDA. Dat werd makkelijker door de sympathie die Kaag opwekte. 

 

De nieuwkomers

JA21 zijn de weglopers van FVD. Of ze weten een echte alternatief te zijn voor PVV en FVD of het is na 4 jaar weer voorbij. De brug slaan naar andere partijen lijkt me lastig. Ze hebben immers dezelfde speerpunten als FVD. Volt is een welkome aanvulling in de Tweede Kamer, alleen al vanwege de  fatsoenlijke inhoudelijke opstelling van Laurens Dassen. Al jaren probeert de Tweede Kamer een vorm te vinden voor de verbinding met het Europees Parlement. De dialoog tussen de vertegenwoordigers van beide instituten wordt steeds belangrijker op de grote grensoverschrijdende thema’s. Dassen kan met Volt in deze een leidende en aanjagende rol nemen. Sylvana Simons zal met BIJ1 alle linkse partijen bij de les houden op het thema racismebestrijding en Caroline van der Plas zal een luis in de pels zijn van het CDA als het om boeren en het platteland gaat.

 

De formatie

In de meeste commentaren over de formatie worden VVD, D66 en CDA (samen 73 zetels) gezien als drie zekerheden in het nieuwe kabinet. Wie komt erbij? Er waren commentatoren die Volt een kansrijke aanvulling vonden voor D66, maar vergaten even dat zij geen zetels in de Eerste Kamer hebben en net zijn begonnen. Geef ze even de kans om hun draai te vinden in Den Haag. Toen dachten er commentatoren slim te zijn door JA21 toe te voegen. Met hun 3 zetels net genoeg voor een meerderheid in de Tweede Kamer, maar met 8 zetels erbij in de Eerste Kamer halen ze bijna een meerderheid. VVD, D66 en CDA hebben 28 zetels in de Eerste Kamer. Dat is ver van een meerderheid van 38 zetels (meer dan de helft van 75 zetels). JA21 zijn de weglopers van FVD, maar hebben een samenwerking met de weglopers van FVD uit de Eerste Kamer. De commentatoren die JA21 erbij zagen vergeten even dat dit inhoudelijk onmogelijk is. JA21 is net als PVV en FVD klimaatontkenner, tegen een ruimhartig en humaan migratiebeleid en tegen de Europese Gemeenschap. Daar valt geen combinatie te maken. Het formatiespel is door VVD en CDA behoorlijk beperkt. Beide partijen hebben, trouwens net als bijna alle andere partijen een coalitie met PVV, FVD en dus ook JA21 uitgesloten. Dit is een enorme stap naar links van VVD en CDA. De uitweg naar rechts hebben ze daarmee zelf afgesloten. Om die reden is het volstrekt logisch dat VVD en CDA samen in het kabinet willen. Voor een meerderheidskabinet zijn er eigenlijk maar twee mogelijkheden: of PvdA sluit aan of de CU. De PvdA moet accepteren dat ze GL en de SP niet mee kunnen nemen en de CU moet accepteren dat het wetsontwerp ‘Voltooid leven’ in de Tweede Kamer wordt behandeld en bij een meerderheid door het kabinet wordt uitgevoerd. Levert dit keiharde breekpunten op, dan is er nog maar één mogelijkheid: een minderheidskabinet van VVD, D66 en CDA. In de Tweede Kamer hebben ze 73 zetels en in de Eerste Kamer 28. De VVD en het CDA zullen naast D66 niet nog drie linkse/progressieve partijen accepteren. Er is nog een alternatief en dat is dat VVD en CDA in zee gaan met de combinatie van PvdA, GL en SP in plaats van D66. Dat kan aan de orde komen als de PvdA vasthoudt aan samenwerking met GL of GL en SP samen. In de Tweede Kamer betekent het een meerderheid van 76 zetels en in de Eerste Kamer een meerheid van 39 zetels. VVD en CDA houden niet zo van een minderheidskabinet, dus D66 moet met deze optie rekening houden. Hoewel die niet voor de hand liggend is, is dit wel een reeële optie. Een blok van VVD/CDA met 50 zetels en een blok van PvdA/GL/SP met 26 zetels. Deze laatste optie zou de opmaat kunnen betekenen tot de samenvoeging van PvdA, GL en SP.

 

Een aanpak via de inhoud

Formatiespecialist Herman Tjeenk Willink legde in Buitenhof van 21 maart uit dat formeren neerkomt op slim faseren. Hij pleitte ervoor om eerst te kijken naar de grote inhoudelijke thema’s. Welke oplossingsrichtingen worden hier voor bedacht en laat dat leidend zijn voor het samenstellen van een kabinet. Als grote thema’s noemde Tjeenk Willink stikstof, klimaat, wonen en  aandacht voor de uitvoering van beleid. Bij dat laatste punt gaat het om de overheidsorganisatie en het antwoord op de Toeslagenaffaire en het debacle afhandeling aardbevingsschade in Groningen. Ik ben benieuwd of het boek van Pieter Omtzigt op de formatietafel komt met 10 concrete voorstellen voor de verbetering van de overheidsorganisatie. Aan het lijstje van Tjeenk Willink kan worden toegevoegd de noodzakelijke aandacht voor de hele publiek sector en vooral de betaling van zorgmedewerkers, politiemensen en docenten. Binnen onderwijs zal zeker de groeiende kansenongelijkheid een prominente plek moeten krijgen in de formatie.

Michiel Verbeek, 21 maart 2021

 

 

© 2019 Michelverbeek.nl - webdesign door Landstra & de Groot webdesign