Het lerarentekort anders vasthouden

Het lerarentekort anders vasthouden betekent het verleggen van de focus op de zoektocht naar een nieuw blik leraren, naar een nieuw ecosysteem, waardoor het werken in het onderwijs uiterst aantrekkelijk wordt.

Het lerarentekort is een hardnekkig probleem. In 2007 constateerde de commissie Rinnooy-Kan in het rapport Leerkracht dat al 15 jaar geleden het probleem geagendeeerd is met mogelijke oplossingen. 16 Jaar na het rapport van Alexander Rinnooy-Kan is het probleem nog steeds actueel. De strijd is nog niet gewonnen. Ergens weer een nieuw blik leraren vinden en opentrekken lukt eigenlijk al jaren niet. Misschien moet eerlijk geconstateerd worden dat de functie van leraar gewoon voor veel potentiële leraren te onaantrekkelijk is. Het wordt tijd het probleem van het lerarentekort anders te gaan benaderen. Anders vasthouden, noemt Wouter Hart dat in zijn gelijknamige boek. Maar liefst 28% van de jonge leraren die het onderwijs binnenkomen zijn binnen twee jaar weer weg. Dat zegt iets over de aantrekkelijkheid van de functie en het onderwijssysteem. Het percentage uitvallers is nog nooit zo hoog geweest, al zit het percentage al jaren boven de 20%. Ook dat is een hoog percentage. We moeten niet op zoek naar extra leraren en die invoegen in het bestaande systeem, maar kijken naar de aantrekkelijkheid van de functie van leraar en het systeem. Een gewijzigd ecosysteem moet aantrekkelijk zijn en nieuwe participanten aantrekken. De onaantrekkelijkheid heeft voor sommigen te maken met salaris, maar voor een grotere groep zal het te maken hebben met werkdruk, een knellende verantwoordingsplicht en het gebrek aan autonomie. Ons onderwijsstelsel is gebaseerd op ondersteuning van het economische stelsel met gerichtheid op competitie en gemidddelden en een strakke organisatie van curriculum, cijfers, toetsen, kerndoelen, examens en urentabellen. Leraren zijn uitvoerders van een geprotocolleerde organisatie en niet de spil in het ontwikkelproces van jonge mensen. Ze zitten opgesloten in vakken en hebben te weinig ruimte om de echte leervorderingen van leerlingen te volgen. In het systeem zit niet de prikkel om te investeren in de eigen ontwikkeling en de ontwikkeling van een docententeam. Er is geen ruimte om specifiek voor de eigen doelgroep het beste onderwijs samen te stellen. Daarbij rekening te houden met de persoonlijke context van iedere individuele leerling. Terwijl de roeping van een leraar is om van betekenis te zijn voor individuele leerlingen. Leraren willen jonge mensen in hun vormende jaren helpen in hun cognitieve ontwikkeling, maar ook in hun sociaal-emotionele ontwikkeling en het ontwikkelen van een positieve verhouding tot de samenleving.

 

Van noodzakelijk kwaad naar een nieuw ecosysteem

Nu wordt school door de meeste leerlingen gezien als noodzakelijk kwaad. Je gaat naar school, omdat er een docent jou verwacht in zijn of haar les. Als de leraar er niet is dan is er sprake van verstoring van het leerproces. Bleek uit de onlangs gepubliceerde enquête van Trouw en Investico. De motivatie van leerlingen om naar school te gaan is groot omdat de omgang met leeftijdsgenoten leuk is. Motivatie voor lessen laat echter te wensen over. Dat wordt bevestigd door vergelijkend Europees onderzoek. Nederlandse leerlingen bungelen onderaan de lijstjes voor motivatie. Dit is een groot en urgent probleem, omdat motivatie de kern is van effectief leren. Een les afdraaien betekent nog niet dat alle leerlingen iets geleerd hebben. Als leerlingen niet ‘aan’ staan wordt er niks geleerd. Leren moet betekenisvol zijn. Als het niet de moeite waard is, leer je niet. Het gebrek aan motivatie bij leerlingen voor lessen heeft onherroepelijk z’n uitwerking op het werk van de leraar. Focus op meer leraren is niet de weg, focus op motivatie en een andere organisatie wel. Dat zal meer mensen naar het onderwijs trekken. We moeten het probleem anders vasthouden. Hoe moet die andere organisatie van het voortgezet onderwijs er dan uitzien? Leerlingen komen zonder label van vmbo, havo of vwo het voortgezet onderwijs binnen. De uitkomst van de Cito toets gaat onder in de la. Leerlingen krijgen een gepersonaliseerd programma. Dat betekent niet dat iedere leerling solitair bezig gaat. Integendeel, samenwerken is een kerncompetentie in het nieuwe ecosysteem. Leerlingen worden uitgedaagd om een eigen leervraag te bepalen waar ze mee aan het werk gaan. Naast eigen leervragen zijn er workshops rondom diverse maatschappelijke thema’s. Binnen die thema’s komen allerlei vakken en disciplines samen. Een paar voorbeelden van workshops zijn: Opwarming van de aarde en de energietransitie, Kansen en bedreigingen van Artificiële Intelligentie, het Breindieet (hoe werkt het brein en hoe onderhoud ik mijn brein op een verstandige manier), Leven in een democratie, Alledaags racisme, Sociaal Ondernemen (ondernemen met maatschappelijke impact), Internet of Things toepassingen, maar ook sport, muziek en drama en allerlei maakworkshops (aandacht voor ‘geoefende handen’). Leerlingen van verschillende leeftijden zitten bij elkaar in workshops of gaan aan de slag met de eigen en gezamenlijke leervragen. Leerlingen kunnen keuzes maken wat ze gaan volgen en wat ze willen leren. Mentoren helpen bij het maken van keuzes. Leraren vervullen verschillende rollen: vak- en onderwerpexpert, coach, storyteller, organisator, facilitator. Leraren denken als team permanent na over hoe ze leerlingen begeleiden, wat voor impact ze willen hebben op leerlingen en wat de inhoud is van workshops. Leerprogramma’s worden zodanig samengesteld dat leerlingen ook zelfstandig en met elkaar kunnen werken. Dus ook zonder leraar. Soms worden oudere leerlingen of ex-leerlingen ingeschakeld voor programma-onderdelen, maar ook externen. Er worden afspraken gemaakt met bedrijven, overheden en maatschappelijke organisaties om structureel bij te dragen aan leerprogramma’s. Soms op school, maar ook buiten school worden leerplekken gevonden. School is niet langer een noodzakelijk kwaad voor leerlingen, maar een aantrekkelijke plek om te ontmoeten, te ontdekken, te experimenteren en te leren. School wordt een leerzame Tussenruimte van kind naar volwassene. Door het ontstaan van een heel ander ecosysteem wordt het voor leraren opeens veel leuker en meer inspirerend omdat ze bijdragen aan vragen van jonge mensen. Er is tijd om de ontwikkeling van individuele leerlingen te zien en te bevorderen en het werk als leraar wordt veel afwisselender. In zo’n ecosysteem willen ongetwijfeld heel veel mensen werken! In zo’n ecosysteem kunnen mensen met een wetenschappelijke vakopleiding of een lerarenopleiding een betekenisvolle plek krijgen, maar ook mensen met een schat aan ervaring in het bedrijfsleven of maatschappelijke organisaties. Oudere leerlingen, stagiaires, maar ook ex-leerlingen kunnen belangrijke begeleidende rollen krijgen. In de organisatie van het leerproces zijn ook andere competenties nodig dan specifieke vakinhoudelijke.  

 

Stelselwijziging of toch anders?

Kan de verandering alleen met een grote algemene stelselwijziging? Bij een grote stelselwijziging is de kans groot dat alle denkbare tegenkrachten gemobiliseerd worden. Dat is dus geen verstandige aanpak. Maar wat dan? Bijvoorbeeld via experimenteerruimte. Geef scholen in het kader van de driejarige brugperiode de ruimte om het leerstofjaarklassensysteem los te laten en alle verplichtingen rondom de labeling vmbo, havo en vwo. Geef een docententeam de ruimte om die drie jaar vorm te geven. Na die drie jaar staan de leerlingen veel sterker in hun schoenen voor een keuze voor vervolgonderwijs. Ze hebben zicht op hun eigen talenten en competenties en kunnen kiezen welke ze verder willen ontwikkelen, hebben praktische levenslessen geleerd, kunnen goed samenwerken, hebben geleerd kritisch te denken, hebben wereldgericht onderwijs genoten en hebben geleerd een positieve bijdrage te leveren aan de samenleving. Ze zijn klaar voor een grote vervolgstap. In een mogelijk vierde jaar kunnen leerlingen gericht worden voorbereid op een specifieke vervolgopleiding. De mentoren en leraren kennen hun leerlingen en hebben zichtbaar bijgedragen aan de individuele ontplooiing van alle leerlingen en zullen ze met een gerust gevoel en trots overdragen aan het vervolgonderwijs. Die aanpak biedt nieuwe kansen voor het boeien en binden van leraren. Er is een duurzame bodem gelegd voor de ontwikkeling van jongeren en een betekenisvolle rol daarin van leraren! 

Michiel Verbeek, oud-docent Economie, oud-wethouder en auteur van het boek ‘Wie durft deze school aan?’ 15 januari 2023

 

 

© 2019 Michelverbeek.nl - webdesign door Landstra & de Groot webdesign