Het voortgezet onderwijs gaat ingrijpend veranderen en dat is maar goed ook!

Het voortgezet onderwijs van nu lijkt nog erg veel op dat van 20 tot 25 jaar geleden. Maar dat gaat veranderen. Een nieuw curriculum, nieuwe opvattingen over het doel van onderwijs, stoppen met de cijferkeurslijf en meer gepersonaliseerd ontwikkelingen volgen, meer vakoverschrijdend onderwijs en slim gebruikmaken van digitalisering.


Eveline Crone


De adolescentietijd (tussen 10 en 22/23 jaar) en daarbinnen de puberteit (tussen 10/11 en 15 jaar) is een periode van grote hormonale veranderingen, maar ook van snelle leervermogens en een periode waarin belangrijke verbindingen worden gelegd. Hoe de jongere door de adolescentietijd wandelt, wordt sterk cultureel bepaald. Betekenisvolle vriendschappen worden vaak in deze periode voor de rest van het leven bepaald. De 11-jarige heeft meer hersencellen dan een volwassene. Tussen 4 en 6 jaar hebben kinderen de grootste hoeveelheid hersencellen. Daarna start het snoeiproces tot ongeveer 24 jaar. Tegelijkertijd worden de verbindingen uitgebreid. Door hormonale veranderingen worden pubers steeds later moe. Ze blijven graag ’s avonds langer op en gaan minder vroeg slapen. Het breekt ze de volgende ochtend op, omdat ze nog wel 8 tot 9 uur slaap nodig hebben. Het eerste of de eerste twee vrij is dan een weldadige uitkomst. Ze kunnen meer informatie verwerken en kunnen makkelijker wisselen tussen opdrachten. Er wordt nogal eens gedacht dat pubers niet kunnen plannen. Volstrekte onzin, ze kunnen uitstekend plannen, maar ze kunnen zich niet zo goed aan een planning houden! Over al deze interessante inzichten sprak Eveline Crone op het jaarcongres van de VO-raad op 28 maart 2019. Crone is bekend van het boek ‘het Puberbrein’. Uit haar onderzoek blijkt dat er een groot potentieel zit bij opgroeiende jongeren in deze periode. Ze zei het niet met zoveel woorden, maar de goede verstaander hoorde wel dat we in het huidige schoolsysteem niet al te slim omgaan met die mogelijkheden. Houden we voldoende rekening met het gegeven dat pubers meer risico’s nemen, de behoefte van ‘erbij horen’ in de puberteit en eigenlijk tijdens de hele adolescentietijd uitvergroot wordt en dat de behoefte aan betekenisgeving sterk ontwikkeld wordt? Een tijd van optimale leercondities! Na het verhaal van Eveline Crone kreeg ik wel het gevoel dat de 1500 aanwezige luisteraars uit het voorgezet onderwijs ernstig gingen twijfelen of we in ons huidige schoolstelsel wel slim genoeg omgaan met deze duizelingwekkend kansrijke periode van opgroeiende jongeren.

Paul Rosenmöller


Voorzitter van de VO-raad, Paul Rosenmöller, sprak over talentverspilling en dat het huidige onderwijs te weinig boeit. Het huidige stelsel kent een sterke prikkel tot concurrentie, terwijl samenwerking noodzakelijk is. Dus meer ketensamenwerking. De leerling moet meer regie krijgen over het eigen onderwijsproces. En we moeten echt af van die vergaande keuze op 12-jarige leeftijd voor de vervolgopleiding. Een keuze waarmee veel wegen worden afgesloten en waarbij volstrekt onvoldoende rekening wordt gehouden met de verschillende groeiprocessen van jongeren. We zijn het enige land in de wereld die dat zo rigide heeft georganiseerd! Rosenmöller wil een onderwijspact met alle betrokken partijen. Om toch nog even aan te sluiten bij de huidige actuele acties van docenten, wilde de voorzitter van de VO-raad ook minder werkdruk, meer werkzekerheid en meer geld in het pact opnemen! Als er fundamentele veranderingen moeten komen, hebben we de politiek nodig volgens Rosenmöller. Volgend jaar beginnen de politieke partijen met hun verkiezingsprogramma’s voor de periode 2021-2015. 'Die teksten moeten we als onderwijsveld beïnvloeden’.

Paul Rosenmöller noemde in zijn oproep voor verandering nog een ander interessant punt: meer aandacht voor socialisatie en persoonsvorming. Die terminologie trof ik ’s middags in workshop ook veelvuldig aan. Dat sluit aan bij het denken over het doel en de taken van onderwijs zoals pedagoog Gert Biesta dat verwoordt. Biesta spreekt over 1. Kwalificatie. 2. Socialisatie. 3. Subjectivering. Kwalificatie heeft te maken met het overbrengen van kennis en het aanleren van vaardigheden. Socialisatie heeft te maken met burgerschap en het je verhouden tot de samenleving. Subjectivering heeft te maken met persoonlijke vorming. In het onderwijs moeten jongeren begeleid worden in de groei naar volwassenheid, of te wel in de termen van Biesta: ‘volwassen in de wereld zijn’. Bij onvolwassen ben jezelf het referentiepunt, het middelpunt. Bij volwassen het andere kunnen zien, buiten je eigen referentie treden, aangesproken kunnen worden. In de wereld zijn zonder jezelf in het centrum van de wereld te plaatsen. Daarmee wordt socialisatie dus van groot belang. Het onderzoek van Eveline Crone biedt mooie aanknopingspunten om dat ‘volwassen in de wereld zijn’ in de schoolperiode te bereiken.




Een sterke behoefte aan verandering


Maar dan moet dit gedachtegoed handen en voeten krijgen in de praktijk. Er kwamen in de workshops voorbeelden langs van hele voorzichtige veranderingen en ook al meer ingrijpende veranderingen. Er lijkt een beweging gaande, maar het is niet gezegd dat het leidt tot een ingrijpend ander beeld. Daarvoor moet de beweging sterker worden. In het huidige voortgezet onderwijs zie je nog erg veel voorbeelden van scholen die verdacht veel lijken op de klassen van 20 tot 25 jaar geleden. Er wordt nagedacht over meer socialisatie en persoonsvorming in scholen en er wordt nagedacht over een vernieuwd curriculum vanuit docenten zelf. Veel docenten uit het hele land doen mee aan de werkgroepen om nieuwe invulling te geven aan het curriculum. Op 7 mei 2019 zal het rapport van deze werkgroepen worden opgeleverd. Allemaal nuttige ingrediënten voor de vernieuwingsslag, maar we zijn er dan nog niet. Docententeams op scholen zullen met elkaar moeten doordenken welke impact ze willen hebben op leerlingen. Hoe willen we onze leerlingen begeleiden op weg naar ‘volwassen in de wereld zijn’? En daarbij moeten we goed rekening houden met de speciale mogelijkheden in die bijzondere adolescententijd en moet er meegedacht worden vanuit hele andere disciplines over de mogelijkheden van artificiële intelligentie en machine learning. Dit alles zal onherroepelijk leiden tot vakoverstijgende leertrajecten, stoppen met het keurslijf van cijfers, maar werken aan gepersonaliseerde ontwikkelingsprofielen en niet ieder uur een ander vak, een andere docent en andere waarden en normen, maar een dag of een dagdeel bezig zijn met een opdracht waarin meerdere vakgebieden aan de orde komen en meerdere vakdocenten begeleiden. Kinderen die nu beginnen aan de basisschool gaan straks een volstrekt andere tijd meemaken dan de kinderen die binnenkort een voortgezet onderwijs opleiding afronden.


Michiel Verbeek, 31 maart 2019

© 2019 Michelverbeek.nl - webdesign door Landstra & de Groot webdesign