Lerarentekort en onderwijsvernieuwing

Op woensdag 14 december 2022 heeft minister Dennis Wiersma op LinkedIn een ontspannen en open gesprek gevoerd over het lerarentekort met leraar van het jaar en Trouw columnist, Eric Ex. Tijdens de uitzending kreeg ik aandacht van beide met mijn opmerking dat onderwijsvernieuwing kan helpen bij het lerarentekort. De bewindsman en de docent wilden graag wat meer toelichting op mijn bijdrage. Onderstaande toelichting heb ik hun gemaild. 

 

Het lerarentekort is een hardnekkig probleem. In 2007 constateerde de commissie Rinnooy-Kan dat al 15 jaar geleden het probleem geagendeeerd is met mogelijke oplossingen. 15 Jaar na het rapport van Alexander Rinnooy-Kan is het probleem nog steeds actueel. Iedere keer een nieuw blik leraren vinden lukt niet. Misschien moet eerlijk geconstateerd worden dat de functie van leraar gewoon voor veel potentiële leraren te onaantrekkelijk is. Het wordt tijd het probleem van het lerarentekort anders te gaan benaderen. Anders vasthouden, noemt Wouter Hart dat in zijn gelijknamige boek. Maar liefst 28% van de jonge leraren die het onderwijs binnenkomen zijn binnen twee jaar weer weg. Dat zegt iets over de aantrekkelijkheid van de functie en het onderwijssysteem. Het percentage uitvallers is nog nooit zo hoog geweest, maar zit al jaren boven de 20%. We moeten niet op zoek naar extra mensen, maar kijken naar de aantrekkelijkheid van de functie en het systeem. De onaantrekkelijkheid heeft voor sommigen te maken met salaris, maar voor een grotere groep zal het te maken hebben met werkdruk, een knellende verantwoordingsplicht en het gebrek aan autonomie. We kennen allemaal voorbeelden van docenten die voor leerlingen heel belangrijk zijn geweest, maar voor veel meer leerlingen geldt dat helemaal niet. Om de simpele reden dat in het huidige voortgezet onderwijs helemaal de focus niet gericht is op individuele prestatiebevordering. Het systeem richt zich op selectie en gemiddelden. Het opnieuw uitvinden van onderwijs kan misschien nieuwe wegen ontginnen. En dan beperk ik mij tot het voortgezet onderwijs. 

 

Van noodzakelijk kwaad naar een nieuw ecosysteem

Nu wordt school door de meeste leerlingen gezien als noodzakelijk kwaad. Je gaat naar school, omdat er een docent jou verwacht in zijn of haar les. Als de docent er niet is dan is er sprake van verstoring van het leerproces. Bleek uit de onlangs gepubliceerde enquête van Trouw en Investico. De motivatie van leerlingen om naar school te gaan is groot omdat de omgang met leeftijdsgenoten leuk is. Motivatie voor lessen laat echter te wensen over. Dat wordt bevestigd door vergelijkend Europees onderzoek. Nederlandse leerlingen bungelen onderaan de lijstjes voor motivatie. Dat heeft onherroepelijk z’n uitwerking op het werk van de leraar. Zou het onderwijs niet veel aantrekkelijker worden als de organisatie heel anders zou zijn? Leerlingen komen zonder label van vmbo, havo of vwo het voortgezet onderwijs binnen. De uitkomst van de Cito toets gaat onder in de la. Leerlingen krijgen een gepersonaliseerd programma. Dat betekent niet dat iedere leerling solitair bezig gaat. Integendeel, samenwerken is een kerncompetentie in het nieuwe ecosysteem. Leerlingen worden uitgedaagd om een eigen leervraag te bepalen waar ze mee aan het werk gaan. Naast eigen leervragen kunnen er ook workshops gevolgd worden rondom diverse maatschappelijke thema’s. Binnen die thema’s komen allerlei vakken en disciplines samen. Een paar voorbeelden van workshops zijn: Opwarming van de aarde en de energietransitie, Kansen en bedreigingen van Artificiële Intelligentie, het Breindieet (hoe werkt het brein en hoe onderhoud ik mijn brein op een verstandige manier), Leven in een democratie, Alledaags racisme, Sociaal Ondernemen (ondernemen met maatschappelijke impact), Internet of Things toepassingen, maar ook sport, muziek en drama workshops en allerlei maakworkshops (aandacht voor ‘geoefende handen’). Leerlingen van verschillende leeftijden zitten bij elkaar in workshops of gaan aan de slag met de eigen en gezamenlijke leervragen. Leerlingen kunnen keuzes maken wat ze gaan volgen en wat ze willen leren. Mentoren helpen bij het maken van keuzes. Leraren vervullen verschillende rollen: vak- en onderwerpexpert, coach, storyteller, organisator, facilitator. Leraren denken met elkaar als team permanent na over hoe ze leerlingen begeleiden, wat voor impact ze willen hebben op leerlingen en wat de inhoud is van workshops. Leerprogramma’s worden zodanig samengesteld dat leerlingen ook zelfstandig en met elkaar kunnen werken. Dus ook zonder leraar. Soms worden oudere leerlingen ingeschakeld voor programma-onderdelen, maar ook externen. Er worden afspraken gemaakt met bedrijven en maatschappelijke organisaties om structureel bij te dragen aan leerprogramma’s. Soms op school, maar ook buiten school worden leerplekken gevonden. School is niet langer een noodzakelijk kwaad voor leerlingen, maar een aantrekkelijke plek om te ontmoeten, te ontdekken, te experimenteren en te leren. Door het ontstaan van een heel ander ecosysteem wordt het voor leraren opeens veel leuker en meer inspirerend omdat ze bijdragen aan vragen van jonge mensen, er tijd is om de ontwikkeling van individuele leerlingen te zien en te bevorderen en omdat het werk als leraar veel afwisselender wordt. In zo’n ecosysteem willen ongetwijfeld heel veel mensen werken!  

Stelselwijziging of anders?

Kan de verandering alleen met een grote stelselwijziging? De minister en Eric Ex zijn daar geen voorstander van al wilde Wiersma het niet op voorhand uitsluiten. Bij een stelselwijziging worden alle denkbare tegenkrachten gemobiliseerd. Dat is dus geen verstandige aanpak. Maar wat dan? Bijvoorbeeld via experimenteerruimte. Geef scholen in het kader van de driejarige brugperiode de ruimte om het leerstofjaarklassensysteem los te laten en alle verplichtingen rondom de labeling vmbo, havo en vwo. Geef een docententeam de ruimte om die drie jaar vorm te geven. Na die drie jaar staan de leerlingen veel sterker in hun schoenen voor een keuze voor vervolgonderwijs. Ze hebben zicht op hun eigen talenten en competenties, hebben praktische levenslessen geleerd, kunnen goed samenwerken, hebben geleerd kritisch te denken, hebben wereldgericht onderwijs genoten en hebben geleerd een positieve bijdrage te leveren aan de samenleving. Ze zijn klaar voor een grote vervolgstap. De mentoren en leraren kennen hun leerlingen en hebben zichtbaar bijgedragen aan de individuele ontplooiing van alle leerlingen en zullen ze met een gerust gevoel en trots overdragen aan het vervolgonderwijs. Er is een duurzame bodem gelegd! 

Michiel Verbeek

16 december 2022

 

 

© 2019 Michelverbeek.nl - webdesign door Landstra & de Groot webdesign