Nationaal Programma Onderwijs: veel geld, maar een gemiste kans voor onderwijsvernieuwing

Met het Nationaal Programma Onderwijs komt er 8,5 miljard naar het onderwijs toe. Het geld wordt met open armen en applaus ontvangen. Nadere bestudering van het plan blijkt dat het geld waarschijnlijk niet ingezet mag worden voor wensen en plannen van de scholen zelf. Voor commerciële onderwijsbureau’s gloort er een gouden toekomst. Voor onderwijsvernieuwers lijkt het een gemiste kans.

8.500.000.000 euro. Wat een hoop geld. Na een paar maanden geen fysiek les, maar online les is er zomaar 8,5 miljard beschikbaar voor reparaties. In het aardbevingsgebied in Groningen zullen ze snel berekend hebben dat de overheid met zo’n bedrag 34.000 woningen van 250.000 euro per woning hadden kunnen opkopen. 

 

Never waste a good crisis

Never waste a good crisis, zei Winston Churchill over de Verenigde Naties. Zonder de Tweede Wereldoorlog was dit mondiale samenwerkingsverband er nooit gekomen. Aan deze gevleugelde uitspraak moest ik denken bij de lancering van het Nationaal Programma Onderwijs (NPO). Wat zou het mooi geweest zijn als er over enige tijd gezegd zou kunnen worden: na de coronacrisis en het Nationaal Programma Onderwijs is een inspirerende onderwijsvernieuwing op gang gebracht.  De noodzakelijke onderwijsvernieuwing zou na Covid-19 met een deel van de 8,5 miljard enorm geholpen zijn. Dan zou het echt een investering zijn. De uitwerking waar nu voor gekozen is, is geen investering in de toekomst. In het programma staat over het doel te lezen: ‘terug naar het gewone school- en studieleven’. En ‘de maatregelen moeten aansluiten bij reguliere processen en in het reguliere jaarritme passen’. Dit laat geen ruimte voor een sprankje vernieuwing.

 

Geen stimulans voor de inzet van docenten

Alle prille ervaringen van docenten op het gebied van digitaal onderwijs worden met dit programma teniet gedaan. Er komt vanuit het ministerie een catalogus of menukaart met bewezen effectieve interventies. Docenten en schoolleiders mogen slechts kiezen uit wat voorgeschoteld wordt. Een stimulans om de eerste ervaringen van docenten om filmpjes te maken en andere vormen van online lesgeven verder te ontwikkelen, is niet te vinden. Het wordt docenten allemaal uit handen genomen. Het ministerie zorgt voor een platform met webinars, kennisclips en opgaves van recente examens. Voor een soepele  overgang van groep 8 naar de middelbare school heeft het NPO al een oplossing: de tweejarige brugklas. Docenten moeten verplicht weer achterover leunen en consumeren. De commerciële bureau’s wrijven in hun handen!

 

Gaan middelbare scholieren straks naar zomerscholen?

Er is een flinke groep kinderen in het basisonderwijs die moeite heeft met de lange zomervakantie. Zomerscholen zijn voor deze kinderen een uitkomst. Maar zullen leerlingen van het voortgezet onderwijs zin hebben om een deel van hun zomervakantie op te offeren aan extra bijles of een zomerschool? En zullen docenten dat extra aanbod zelf gaan verzorgen of wordt de weg geplaveid voor onderwijsbureautjes en bijles- en huiswerkinstituten? Het schaduwonderwijs krijgt met het NPO een enorme impuls. Er valt straks veel te verdienen.  De opstellers van het NPO hebben het idee dat jongeren het echt verschrikkelijk vinden dat ze niet naar school konden in de coronatijd. Het is niet zozeer dat ze de lessen hebben gemist, maar ze hebben hun vrienden en vriendinnen gemist. Als je energie voor een groot deel bepaald wordt door het contact met je peers, dan was de coronatijd een vorm van drooglegging. Niet onlogisch dat veel jongeren daar somber en soms depressief van raakten. Maar als straks de samenleving weer een beetje meer opengaat, zal er dan een run ontstaan op bijlessen, bijscholing, studielessen en zomerscholen?  Het kabinet ziet grote leerachterstanden en leervertragingen, die deze enorme financiële impuls rechtvaardigen. Voor studenten die vertragingen hebben opgelopen doordat stages en het duaal leren niet konden plaatsvinden is extra studietijd en een halvering van collegegelden een uitstekende oplossing. Basisscholen en voortgezet onderwijs scholen moeten alle achterstanden van leerlingen in kaart brengen en vervolgens een keus maken uit de catalogus van bewezen interventies. Iedere school wordt geprikkeld om iets te bedenken om te profiteren van de enorme geldruif. Het is een gemiste kans dat scholen niet gevraagd worden wat ze op korte termijn nodig hebben en wat ze voor de langere termijn graag willen ontwikkelen.  Er zijn al reacties te horen uit het onderwijsveld die graag projecten en experimenten willen doen voor na de coronatijd, maar waarschijnlijk daar het geld niet voor mogen inzetten. Er zijn scholen met flinke reserves die het geld helemaal niet nodig hebben. Als straks blijkt dat het geld niet voor plannen van scholen zelf, maar alleen voor plannen van het ministerie ingezet mogen worden, is de kans groot dat er veel geld overblijft.

 

Toename administratieve lasten

In het plan van het kabinet zit een flinke verzwaring van de administratieve lasten voor scholen. Het ministerie gaat het inlopen van achterstanden op schoolniveau en nationaal niveau monitoren. Daar zullen gegevens voor moeten worden aangeleverd. Ongetwijfeld hebben diverse bureau’s zich al bij het ministerie gemeld om vinklijstjes te leveren. De aanpak en de keuzes uit de catalogus van interventies moet een belangrijke plaats krijgen in het jaarverslag van de school.  De Inspectie was de laatste jaren in het voortgezet onderwijs (VO) bezig met een nieuwe rol. Constructiever, meedenkend en minder in de controlemodus. De Inspectie krijgt de opdracht toezicht te houden op invulling en effect van interventies. In navolging van het basisonderwijs komt er een PEIL VO. Voor alle vakken zullen basisvaardigheden moeten worden beschreven en worden gecontroleerd. Ook weer interessant werk voor commerciële bureau’s, maar een blok aan het been van onderwijsvernieuwers. Die zijn bezig leerstof te ontwikkelen gericht op deep learning competenties, levensvaardigheden en vakoverstijgende projecten. Een flinke klus om daar de basisvaardigheden van te beschrijven en te controleren. De aanpak van het ministerie staat haaks op de algemene notie in de samenleving dat we minder moeten controleren en vertrouwen moeten geven aan professionals. 

 

Laat de overheid onderwijsvernieuwing faciliteren

Het NPO is geen erkenning en stimulans voor het werk van docenten in de afgelopen coronatijd. De online lessen waren blijkbaar niet voldoende. Het NPO prikkelt niet om zelf ontwikkelde vernieuwingen verder te ontwikkelen. Nee, docenten mogen slechts kiezen uit de voorgekookte catalogus met interventies.  Er zijn hardnekkige problemen in het onderwijs. Denk aan het lerarentekort, lage motivatie van leerlingen voor lessen, te hoge werkdruk bij docenten, een knellend keurslijf van cijfers en toetsen, te weinig keuzevrijheid voor leerlingen en docenten, te vroege keuzes, toenemende kansenongelijkheid en onvrede met het leerstofjaarklassensysteem. Wat was het mooi geweest als het ministerie een aantal scholen had gevraagd om scholen voor de toekomst te maken. Waarbij docenten en schoolleiders zelf het voortouw nemen. Scholen die al volop bezig zijn met ingrijpende vernieuwingen zouden met een financiële impuls extra meters kunnen maken. Met hulp van financiering van de overheid kunnen de proefscholen gerealiseerd worden en kunnen andere scholen de uitkomsten naar eigen wensen implementeren. Dat zou een echte investering zijn in het onderwijs en de samenleving van de toekomst.

Michiel Verbeek, auteur van het boek Wie durft deze school aan?

Zie voor meer informatie over het boek: www.stellalusat.nl

21 februari 2021

 

 

© 2019 Michelverbeek.nl - webdesign door Landstra & de Groot webdesign