Nieuwe pensioenwet is een aantasting van de verzorgingsstaat

Waarom zouden we het beste pensioenstelsel van de wereld vervangen door een nieuw stelsel? En helemaal als blijkt dat de doelen van het nieuwe stelsel eenvoudig zijn te realiseren in het bestaande stelsel. 

 

Nu heeft iedere pensioendeelnemer zekerheid. Het nieuwe pensioenstelsel verruilt de belofte van een zekere uitkering voor een onzeker persoonlijk potje. Het pensioenstelsel vormt een belangrijke zekerheid in onze verzorgingsstaat. Het nieuwe pensioenstelsel is een aanslag op de verzorgingsstaat. Rust en zekerheid wordt verruild voor onzekerheid en de prikkel tot risicovolle beleggingen. Van onbezorgd naar je pensioengerechtigede leeftijd groeien naar gestresst de beleggingen van je persoonlijke potje bijhouden.Het beste pensioenstelsel van de wereldOns huidige pensioenstelsel hoort al jaren tot de top in de wereld. Nederland en Denemarken wisselen de eerste plaats met elkaar af tot dit jaar. In de Global Pension Index 2022 van instituut Mercer zijn Nederland en Denemarken verslagen door IJsland. De pensioenstelsels worden in de ranking beoordeeld op toereikendheid, houdbaarheid en integriteit. IJsland, Nederland en Denemarken vormen de drie landen in de A-klasse. En toch wil het kabinet het stelsel ingrijpend veranderen door de introductie van persoonlijke pensioenpotjes. De huidige 1500 miljard euro in de gezamenlijke pensioenpotten zal verdeeld moeten worden (het zogenaamde ‘invaren’ van het oude stelsel naar het nieuwe). Dat betekent een omvangrijke en risicovolle klus. Het is nog onduidelijk hoeveel de verschillende belanghebbenden (actieve deelnemers, slapers en uitkeringsgerechtigden) in hun potje krijgen en hoeveel er achtergehouden wordt voor een risicopot. De Raad voor de Rechtspraak vreest een grote hoeveelheid rechtszaken. Het gaat om het aantasten van een vorm van eigendom! Het kabinet ziet ook wel een aantal hobbels, maar heeft ook haast. Het wetsvoorstel moet zowel door de Tweede als door de Eerste Kamer aangenomen moeten worden. In de Tweede Kamer heeft de coalitie een meerderheid. In de Eerste Kamer hebben ze dat niet, maar verwachten ze steun van PvdA en GroenLinks, omdat deze partijen het sociaal akkoord uit 2020 als basis voor de nieuwe wet hebben onderschreven. Na de Provinciale Statenverkiezingen van 15 maart 2023 wordt er een nieuwe Eerste Kamer samengesteld. Gezien de peilingen is het zeer de vraag of de coalitiepartijen met PvdA en GroenLinks dan nog een meerderheid hebben. Na het Kamerdebat over het nieuwe pensioenstelsel op 10 november 2022 heeft het kabinet nog geen zekerheid gekregen voor steun van PvdA en GroenLinks. De PvdA wil dat de groep werkenden zonder pensioenopbouw halveert en dat de regeling voor zware beroepen solide is. Op deze punten heeft de PvdA nog geen zekerheid. Tijdens het Kamerdebat bleek bij de oppositie veel chagrijn te zitten, omdat het kabinet nog niet alle cijfers van doorgerekende scenario’s had aangeleverd. Hoe kan er nu een besluit over het wetsontwerp worden genomen worden als niet alle cijfers beschikbaar zijn, klaagde de oppositie. Er zijn ook nog geen duidelijke spelregels voor het verdelen van de 1500 miljard euro. De regeringspartijen vonden dat geen probleem. Als later uit cijfers zou blijken dat er aanpassingen nodig zijn, dan worden de plooien rechtgestreken met reparatiewetgeving, aldus de minister en de coalitiepartijen.

 

Redenen van het kabinet om het stelsel te veranderen

In het kabinet Rutte 3 heeft de toenmalige minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Wouter Koolmees (D66), hard gewerkt aan de uitwerking van het nieuwe stelsel en het bij elkaar houden van de partijen. Het pensioenstelsel wordt immers uitgevoerd door werkgevers en werknemers met een wettelijk kader van regering en Tweede Kamer. In het kabinet Rutte 4 is Carola Schouten van de Christen Unie minister van Pensioenen. In het Kamerdebat op 10 november 2022 noemde zij nog een keer de belangrijkste redenen voor een stelselwijziging:

1. Pensioenen blijven achter, omdat er niet geïndexeerd kan worden. De belofte van een zekere uitkering vereist een hoge buffer. In het nieuwe stelsel hoeven die buffers niet zo hoog te zijn, omdat pensioenuitkeringen meebewegen met beleggingsrendementen. In het nieuwe stelsel kunnen pensioenen daardoor sneller geïndexeerd worden. Dat levert volgens de minister een koopkrachtiger pensioen op.

2. De balans tussen oud en jong wordt beter. Het nieuwe stelsel biedt een transparanter en meer persoonlijk pensioenstelsel op en daarmee een betere balans tussen jong en oud. De beleggingen voor jongeren kunnen risicovoller, omdat er meer tijd is om aan te passen. Dat kan een hoger pensioen tot gevolg hebben.

3. Een betere aansluiting op de arbeidsmarkt. In het huidige stelsel is waardeoverdracht van het ene pensioenfonds naar het andere soms lastig en onvoordelig. Voorstanders van het nieuwe stelsel noemen dat de afwisseling van banen in verschillende sectoren en de afwisseling van loondienst en zelfstandig ondernemerschap in het nieuwe stelsel beter gewaarborgd is.

De drie hoofddoelen voor een nieuw stelsel zijn ook binnen het huidige stelsel te realiseren. 

1. De indexering. Als de rekenrente niet wordt gekoppeld aan de marktrente, maar aan de daadwerkelijke beleggingsopbrengsten, dan kan er veel sneller geïndexeerd worden.

2. Balans tussen oud en jong. Jong wordt vanzelf oud. Beiden zijn zeker van een uitkering. Het beleggingsbeleid wordt niet afgestemd om een leeftijdsgroep. In de afgelopen jaren is er meer aan premies en beleggingsrendementen in de pot gestopt dan er aan uitkeringen uit zijn gegaan. De groep ouderen hebben de pensioenpot opgebouwd. Het is logisch dat als er geïndexeerd zou worden dat er gebruik gemaakt wordt van de pot.

3. De arbeidsmarkt. Wisseling van loondienstverbanden is geen probleem. Voor iedere deelnemer aan een pensioenfonds wordt een belofte gedaan voor een pensioenuitkering op basis van het aantal jaren in het pensioenfonds, de loopbaanduur en ca. 70% van het gemiddelde loon. Voor een periode van zelfstandig ondernemerschap moet iemand zelf een pensioen regelen. Dat kan veranderd worden. De overheid kan ook zelfstandig ondernemers verplichten tot pensioensparen.

 

De belofte en de rekenrente

Deelnemers betalen allemaal dezelfde pensioenpremie en krijgen een uitkering op basis van ca. 70% van het middelloon (gemiddelde loon gedurende de loopbaanduur). Het grootste probleem in het huidige stelsel is dat de pensioenuitkeringen rekening moeten houden met een rekenrente, die gekoppeld is aan de marktrente. In de afgelopen jaren was die heel laag, terwijl de rendementen van de beleggingen veel hoger lagen. Pensioenfondsen mogen pas indexeren als ze 110% dekking hebben van alle pensioenaanspraken. Op basis van berekeningen met hun werkelijke rendementen werd de dekkingsgraad wel gehaald, maar met die lage rekenrente niet. De marktrente lag afgelopen jaren iets boven 0% en de rekenrente daardoor ook, terwijl pensioenfondsen gemiddeld zo’n 7% rendement maakten. Het pensioenfonds Zorg en Welzijn heeft een aantal jaren zelfs 12% gemaakt op de beleggingen.Het kabinet kiest in het nieuwe stelsel voor persoonlijke pensioenpotten, maar houdt tegelijkertijd vast aan solidariteit en collectiviteit en verplicht pensioensparen voor werkers in loondienst. Het wetsvoorstel bevat ook wijzigingen voor het nabestaandenpensioen, een voorstel voor experimenteerwetgeving voor pensioenopbouw door zelfstandigen en een wijziging waardoor in de uitzendsector eerder pensioen opgebouwd zal worden dan nu. Het kabinet kiest niet voor verplicht pensioensparen voor alle werkers, loondienst en zelfstandige ondernemers. Bij het afsluiten van het Sociaal Akkoord werd inwerkingtreding van het nieuwe pensioenstelsel uiterlijk per 1 januari 2023 als realistisch geacht. Die datum wordt zeker niet gehaald. 

 

 

Bij het nieuwe stelsel minder investeringen met maatschappelijke impact

Een argument dat ten onrechte onvoldoende aandacht heeft gekregen in het debat is de prikkel voor investeringsdoelen. De kans is groot dat maximalisatie van het rendement leidend wordt voor de persoonlijke potjes. De collectiviteit geeft meer garanties voor een beleid van een pensioenfonds gericht op meer dan winst alleen. Beleggen met maatschappelijke impact is nu juist afgelopen jaren in het oude stelsel langzaam op gang gekomen. Denk aan beleggingen in de duurzame economie (ABP gaat windparken op zee financieren), maar denk ook aan het terugtrekken uit de wapenindustrie. In het huidige collectieve systeem is het makkelijker mogelijk om een lager rendement te accepteren tegenover verhoging van maatschappelijke impact.  

Is de jongere slecht uit in het bestaande stelsel?

Evelien is 35 jaar en heeft 10 jaar in loondienst gewerkt en wordt nu zzp’er. Ze heeft in die 10 jaar een gemiddeld bruto loon verdiend van €3000 per maand. Gedurende de 10 jaar heeft ze jaarlijks 20% pensioenpremie over het brutoloon betaald (deels betaald door de werkgever en deels door Evelien). Per jaar verdiende Evelien: 12 x 3000 = €36.000 per jaar. De berekening is in ieder pensioenfonds vergelijkbaar: aantal gewerkte jaren x gemiddeld loon gedeeld door de loopbaanduur x 70%. De loopbaanduur bij het pensioenfonds waar Evelien in heeft gezeten is 42 jaar (ligt tussen de 40 en 45 jaar). Uitgangspunt is dat je ca. 70% van je gemiddelde loon over je hele loopbaan aan pensioenuitkering ontvangt. Evelien ontvangt als ze de pensioengerechtige leeftijd heeft bereikt: 10 jaar x €36.000 : 42 jaar x 70% = €360.000 : 42 jaar x 70% = €6.000 per jaar. Het pensioenfonds betaalt Evelien tot haar overlijden uit de collectieve pot. De collectieve pot is door Evelien gevoed met 10 jaar pensioenpremies en met 42 jaar beleggingsopbrengsten tot haar pensioengerechtigde leeftijd. Gedurende de periode van zelfstandig ondernemerschap doet Evelien er verstandig aan geld opzij te zetten voor haar pensioen. Zou Evelien voor nog een periode loondienst kiezen, dan wordt op een vergelijkbare manier een tweede pensioenuitkering berekend. Een verplichting tot pensioensparen zou zelfstandig ondernemers helpen om een betaalbaar basis pensioenuitkering te regelen. 

 

Slot

In het huidige stelsel kunnen pensioenfondsen 7% of meer aan jaarlijks rendement maken en toch niet mogen indexeren. Dat heeft te maken met de rekenrente. Om dat probleem op te lossen hoeft het hele stelsel toch niet op de kop? Dat is oplosbaar door een nieuw criterium te bepalen voor de rekenrente. Niet de marktrente, maar een realistische rente op basis van werkelijk behaalde rendementen. DNB (De Nederlandse Bank) houdt toezicht op pensioenfondsen. Die heeft een actueel beeld van de rendementen. DNB zou een jaarlijkse rekenrente kunnen vaststellen. Bezint, eer ge begint, hield het Kamerlid Pieter Omtzigt minister Schouten, het kabinet en de collega Kamerleden voor tijdens het debat op 10 november. De coalitiepartijen lijken oostindisch doof voor de fundamentele kritiek van Kamerleden als Pieter Omzigt en Bart van Kent (SP). Het zal van de PvdA en GroenLinks afhangen of het nieuwe pensioenstelsel er wel of niet komt.

Michiel Verbeek, 16 november 2022

 

 

© 2019 Michelverbeek.nl - webdesign door Landstra & de Groot webdesign