Pas op met rommelen aan ons pensioenstelsel

Er is een hevige discussie gaande over ons pensioenstelsel. De huidige minister van SZW wil ingrijpende wijzigingen, maar is dat wel verstandig? Oordeel zelf en bepaal dan of je wel of niet in actie moet komen.

Over ons pensioenstelsel wordt vaak heel ingewikkeld gedaan. Alsof het complex is en lang niet voor iedereen te begrijpen. Dat is een misvatting. Pensioen is eenvoudig en het stelsel om dat te regelen is ook niet zo ingewikkeld. Interessant is dat Nederland in de Global Pension Index van 2018 op de eerste plaats staat in de ranking van beste pensioenstelsels. Nederland heeft een toereikend, toekomstbestendig en integer stelsel. In 2017 scoorde Denemarken nog het hoogst, nu Nederland. Dit alleen al is een reden om heel voorzichtig te zijn met forse ingrepen in het stelsel.


Pensioen is eigenlijk heel eenvoudig

Mensen zijn zo’n 40 jaar aan het werk en daarna zo’n 25 jaar met pensioen. Gedurende die werkperiode worden pensioenpremies ingehouden. Die premies gaan in de grote pot. Met al dat geld worden beleggingen gedaan. Op die manier wordt de pot naast premies ook gevuld met opbrengsten uit beleggingen. Na 40 jaar premies en beleggingsrendementen kun je met pensioen en is er geld beschikbaar voor de rest van je leven. Ik reken even met gemiddeld 25 jaar. Dat is aan de hoge kant als gemiddelde, maar we worden wel steeds ouder! Een rekensom: werknemer X is gestart met 2000 bruto per maand en geëindigd met 5000 bruto per maand. Gemiddeld 3500 bruto per maand. Dat is per jaar: 12 x 3500 = 42.000. Uitgaande van een pensioenpremie van 15% wordt er jaarlijks 15% x 42.000 = 6.300 euro in de pot gedaan. Als werknemer X dat 40 jaar doet en het rendement op de beleggingen is gemiddeld 3% per jaar (is niet hoog, veel pensioenfondsen maken 5% tot 7%), dan zit er na 40 jaar: 489.279 in de pot (eindwaardeberekening met 6300 inleg per jaar en 3% rente, gedurende 40 jaar). Als werknemer X vervolgens 25 jaar pensioen krijgt, dan is er basis van zijn premies en beleggingsopbrengsten beschikbaar: 489.279 : 25 = 19.571,16 per jaar. Pensioen is uitgesteld loon, dus moet er belasting betaald worden. Uitgaande van 20% belasting, blijft er over: 80% x 19.571,16 = 15.656,93. Gedeeld door 12 maanden is dat 1.304,74 per maand. Tel daar 1000 euro AOW bij op en je zit op 2.304,74 per maand netto. Deze werknemer had zijn laatste jaar als werkende netto zo’n 60% x 5000 = 3000 netto. Met deze berekening wil ik laten zien dat het pensioenstelsel op zich niet zo complex is en prima kan werken. Het gemiddelde rendement van de beleggingen lag in de afgelopen 20 jaar hoger dan de 3% uit mijn berekening. En in die periode zat een zware financiële crisis. Ik reken met 40 jaar pensioenpremies, misschien wordt die periode de komende tijd langer. En de gemiddelde pensioentijd ligt lager dan 25 jaar. Maak je de berekening met 5% rendement, dan rolt uit de berekening een netto pensioen van 2130,91 per maand. Tel daarbij op de AOW van 1000 en je komt uit op 3130,91 netto per maand. Warempel dat is meer dan het netto salaris van werknemer X.

Noodzaak van een collectief systeem


Het pensioensysteem kan alleen robuust zijn, als het een collectief systeem is. Volledige individueel pensioensysteem zou betekenen dat iemand aan het begin van de carrière moet bedenken hoe het leven er over 30 of 40 jaar uitziet. Is niet te doen. De kans is heel groot dat er beslissingen worden genomen die op de korte termijn aantrekkelijk zijn, maar op de lange termijn heel slecht. Op basis van bovenstaande berekening zou je kunnen concluderen dat iedereen dat individueel zou kunnen doen. Het lastige daarvan is de horizon van de beleggingen, maar ook dat er perioden zijn dat alles tegen zit en de opbouw tegenvalt. Een collectief systeem kan zo’n tegenslag makkelijker opvangen, omdat de tegenslag bij een gespreide beleggingsportefeuille niet desastreus hoeft te zijn en omdat er tijd is voor herstel. Die heb je misschien niet in een individueel geval.

Betaalt jong voor oud?

De discussie over de bevoordeling van ouderen ten opzichte van jongeren is een merkwaardige discussie. Om de simpele reden dat iedere jongere oud wordt. Heel veel jongeren bouwen trouwens in het begin van hun werkcarrière helemaal geen pensioen op in allerlei flexbanen. Het wordt lastiger voor mensen die van loondienst overstappen naar zelfstandig ondernemerschap. Als de zzp’er geen pensioen opbouwt in die periode is er sprake van een pensioengat. Het zou goed zijn dat ook voor de zzp’er het pensioensparen verplicht gesteld wordt. Dan is dat probleem direct opgelost. Er wordt ontegenzeggelijk tegenwoordig vaker van baan gewisseld. Blijft het in dezelfde sector dan is er voor de pensioenopbouw geen probleem. Bij wisseling van sector moet er iets geregeld worden. Dat is simpel te doen in het huidige stelsel. Stel je hebt 10 jaar bij een bepaald pensioenfonds gezeten. Je hebt die periode premies betaald. Dat geldt blijft in de pot en rendeert mee met de rest van de pot. Als de persoon in kwestie de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, dan krijgt hij een uitkering op basis van de gewerkte jaren in dat pensioenfonds. Dat komt in de buurt van de combinatie van ingelegde premies en het beleggingsrendement. Werknemers die in verschillende sectoren pensioen hebben opgebouwd, krijgen bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd uit verschillende potten geld. Lijkt me geen probleem.

De pensioenpotten zitten erg vol

De schattingen lopen uiteen, maar ik hoor bewindslieden en pensioendeskundigen regelmatig over een bedrag van 1500 miljard euro spreken in de verschillende pensioenpotten. Dat is heel veel geld. Als je bedenkt dat daar jaarlijks premiegelden bijkomen en beleggingsrendementen van 5% tot 7%, dan is er geen enkele reden om gepensioneerden niet een waardevast pensioen (compensatie voor inflatie) te geven of nog mooier een welvaartsvast pensioen (compensatie voor inflatie + meeprofiteren van de economische groei). Wat er nu jaarlijks in de potten komt is meer dan wat er jaarlijks uitgaat. Tenminste als je alle pensioenpotten bij elkaar neemt. Voor een individuele pensioenpot kan dat anders liggen.

De doorsneesystematiek ligt ten onrechte onder vuur

In de pensioendiscussie is veel aandacht voor de doorsneesystematiek. De doorsneesystematiek betekent dat iedereen die bij een pensioenfonds pensioen opbouwt hetzelfde percentage aan premie betaalt over het inkomen en op basis van het aantal arbeidsjaren dezelfde uitkering krijgt. Het is een simpel systeem. Iedereen betaalt een bijdrage aan de pensioenpot naar verhouding van z’n inkomen. In de begin jaren van de carrière is het inkomen lager en wordt er ook minder bijgedragen aan de pensioenpot. Dat is prima. De jongere werknemer moet nog heel lang bijdragen. Ben je jaren zzp’er geweest en ga je op latere leeftijd in loondienst werken, dan wordt je pensioenuitkering gebaseerd op het laatste, misschien hoge inkomen, maar het beperkte aantal jaren in het pensioenfonds dempt weer de pensioenuitkering. Degenen die de doorsneesystematiek willen afschaffen willen meer flexibiliteit. Ze willen graag dat mensen in de periode van hun leven met hoge kosten iets minder hoeven bij te dragen aan de pensioenpot en in andere periode wat meer. Zo’n systeem kan heel snel ontsporen. Dat vraagt om steeds meer maatwerk waardoor het systeem uiterst complex kan worden. Niet doen, hou het simpel. Als er een gedifferentieerd systeem zou komen kan dat een flink effect hebben op de arbeidsmarkt. Stel dat jonge medewerkers een lagere pensioenpremie in rekening gebracht krijgen, dan is het niet ondenkbaar dat werkgevers voor sommige beroepen sneller de oudere werknemer inruilen voor een jongere.

Moet er dan helemaal niets veranderen?

Jawel, er moet wel iets gebeuren. Nederland kent de laagste rekenrente voor pensioenen. Pensioenfondsen moeten dekking hebben voor de uitkeringsverplichtingen. Die rekenrente ligt op iets meer dan 1%. Er wordt vanuit gegaan dat het rendement op beleggingen 1% zal zijn. Dit noemen we een risicovrije rente. In de VS wordt uitgegaan van 6,5%. In de berekening hierboven zie je wat verschillende rendementen voor invloed hebben op de beschikbare gelden voor uitkeringen. De rekenrente in Nederland moet omhoog zodat pensioengerechtigden een fatsoenlijk waardevast pensioen kunnen krijgen en niet jaarlijks hun kosten zien stijgen en hun inkomen zien dalen. Ouderen kunnen niet makkelijk hun situatie zelf beïnvloeden. Even een paar uur meer gaan werken is geen optie. Met de fors gevulde totale pensioenpot en de rendementen van de laatste jaren is het absurd dat pensioengerechtigden zo beknot worden.

Een tweede punt dat er wat mij betreft moet komen is verplicht pensioensparen voor iedereen. Dus ook zzp’ers. Een mooie uitdaging voor een nieuw pensioenfonds.
Mijn derde punt is verdere vervolmaken van de informatievoorziening over ieders eigen pensioen. Stand van zaken en heldere toelichting op verschuivingen en transparantie over de beleggingen. Mijn vierde punt is invloed van pensioengerechtigden en premiebetalers. Samen vormen zij het pensioenfonds en samen moeten zijn invloed kunnen uitoefenen op het beleid. Premiebetalers en pensioengerechtigden moeten zelf meer betrokken worden bij het kiezen van bestuursleden.     

Michiel Verbeek, 20190224 

© 2019 Michelverbeek.nl - webdesign door Landstra & de Groot webdesign