Paul van Meenen heeft een disruptieve onderwijsvisie!

In het kader van de scholenreis waren de D66 Tweede Kamerleden Paul van Meenen en Jan Paternotte maandag 26 november 2019 in Groningen. De D66-ers willen opvattingen van de achterban ophalen om volgend jaar te komen met een nieuwe inspirerende onderwijsvisie. Per slot van rekening is D66 de onderwijspartij van Nederland.

Tijdens de scholenreisbijeenkomst  toetste Paul van Meenen een paar van zijn eigen ideeën voor een nieuw onderwijsstelsel. Die waren fijn om te horen. In het verleden heeft D66 vooral het predicaat Onderwijspartij gekregen, omdat er altijd om meer geld is gevraagd. Met succes. Ook in zware bezuinigingstijden kreeg D66 het voor elkaar om het onderwijsbudget te laten groeien. Zowel vanuit de oppositie als de coalitie. Voor de achterban met warme gevoelens voor het onderwijs was het fijn dat de discussie nu een keer over inhoud ging. Wie heeft het langst voor de klas gestaan, vroeg Jan Paternotte. De docent met 41 jaar ervaring heeft gewonnen. Sinds kort met pensioen, maar het onderwijshart blijft kloppen. Wat was de meeste ingrijpende verandering in die jaren was de vervolgvraag van Jan. Het antwoord kwam snel: de lumsumpfinanciering. Vanaf dat moment ontstond er een scheiding tussen bestuur en docenten. De beslissende invloed van docenten sijpelde langzamerhand weg! Jan Paternotte behandelt sinds kort het Hoger Onderwijs. De rest van de onderwijsportefeuille ligt bij Paul van Meenen. Zelf 33 jaar in het onderwijsveld gewerkt voor dat hij in de Tweede kamer kwam. Als wiskundedocent en als bestuurder. Jan leidde heel soepel het gesprek voor de pauze. In de pauze moest hij weg. 

 

Elementen nieuwe onderwijsvisie van D66

Paul van Meenen heeft alle jaren in de Tweede Kamer gestreden voor verbeteringen binnen het huidige onderwijssysteem, maar op deze bijeenkomst in Groningen wilde hij spreken over een ingrijpende aanpassing van het stelsel of eigenlijk een nieuw stelsel. We moeten niet alleen aangeven ‘wat niet goed is’ of alleen vragen om extra geld, maar vooral een verhaal maken van ‘wat wel’. Het mooie van het docentschap vond Van Meenen het vrije beroep en de mogelijkheid om kinderen kansen te geven. Als kinderen op school komen, dan is er al sprake van achterstanden. Heb je in de jonge jaren geen rijke omgeving dan sta je al een aantal punten achter. Die rijke omgeving betekent lezen, voorgelezen worden, aandacht krijgen van je ouders en anderen, mogelijkheden om te sporten, muziek maken en deelnemen aan andere culturele uittingen en verrijkende ontmoetingen. Voor D66 is voor de komende tijd ‘kansengelijkheid’ een belangrijk item. Welnu in het onderwijs kun je misschien de ongelijkheid niet opheffen, maar wel flink verkleinen. Een docent van de Rijksuniversiteit Groningen zei aan papers te kunnen zien wie uit een gezin komt met een rijke context en wie niet! Zo lang werkt dat blijkbaar door! De start in het onderwijs zou verbeterd kunnen worden door de Kinderopvang meer te verbinden aan de basisschool. Niet door al op 2,5 jarige leeftijd met echte schooldingen aan de slag te gaan, maar wel kinderen vanaf 2,5 jaar al meer een rijke context bieden. Van Meenen constateerde direct het probleem van de Kinderopvang in de private sfeer en de basisschool in de publieke sfeer. De vraag aan het publiek naar de voorkeur, levert een sterke voorkeur op om Kinderopvang vanaf 2,5 jaar in de publieke sfeer te organiseren. Dat betekent gewoon dat er een basisvoorziening van gemaakt moet worden. Maar wie gaat dat betalen is dan altijd de logische vraag? De huidige kinderopvang wordt al voor 73% van de kosten door het Rijk via subsidies gefinancierd. Er moet geld bij, maar de omvang van extra middelen valt mee! En moeten we kinderen verplichten? Lastig voor veel Democraten. Als we een mooi aanbod hebben, kan dat best! 

Na de bel

Voor de Basisschool schets Van Meenen het probleem van ‘na de bel’. Dan lopen de kansen weer flink uiteen. Laten we het aanbod op school verrijken met meer sport, cultuur, drama enz. En een warme lunch. Op veel plekken speelt het misschien niet, maar op te veel plekken zitten kinderen met hongergevoel of te weinig gezonde voeding in de klas. Kijk nog even bij Lisa Feldman Barret wat dat betekent: https://www.michielverbeek.nl/nieuws/je-hebt-geen-emoties-je-maakt-ze-zelf/. Laten we daar geen uitzondering van maken, maar met z’n allen lekker tussen de middag lunchen. Dat biedt allerlei andere mogelijkheden van interactie tussen kinderen en tussen kinderen en volwassenen. Vanuit meerdere kanten kwam de ondersteuning met voorbeelden uit het buitenland. Kinderen zitten dan langer op school, maar dat betekent niet langer stilzitten. Met zo’n langere schooldag kun je de ochtenden inrichten voor het meer schoolse werk en ’s middags voor meer doe-activiteiten, waaronder sport, drama, muziek en andere culturele activiteiten. Het huidige systeem is veel teveel gericht op toetsen. ‘Teaching for the test’ hoorde ik iemand in zichzelf zeggen. Dus teveel gerichtheid op wat ze niet kunnen. Draai dat om en richt je op wat ze wel kunnen en vooral wat ze willen. Op basis van hun nieuwsgierigheid of belangstelling. Onderzoek waar talenten liggen van kinderen. Dat vereist geduld en biedt ruimte om te veranderen. 

Zomerschool, minder lesuren en de rol van ouders

Voor veel kinderen kan de zomervakantie niet lang genoeg duren, maar voor anderen is het een bijna niet te overbruggen periode. Uit onderzoek blijkt dat kinderen met gebrekkige kennis van de Nederlandse taal in die lange zomervakantie veel kennis weer verliezen. Dat is natuurlijk doodzonde. De school moet gewoon 50 weken aanbod hebben! Dan gaan we ook anders kijken naar lesuren en de organisatie van het andere aanbod. Docenten in Nederland hebben de meeste contacturen en hebben weinig tijd voor reflectie en lesontwikkeling. In het systeem van Paul van Meenen wordt dat ingrijpend anders. Hij denkt aan 15 tot 20 lesuren. Werkdruk zal als zodanig niet gevoeld worden en het huidige lerarentekort zal makkelijker oplosbaar zijn. Uit de zaal werd het probleem van bemoeienis van ouders aan de orde gesteld. Die kunnen soms veeleisend zijn en docenten worden in conflictsituaties niet altijd verdedigd door het bestuur was de klacht. Ouders kun je ook veel meer meenemen in de klas. De thuissituatie is sterk bepalend voor de kansen van kinderen. Neem je de ouders mee in de ‘verheffing’ van de kinderen, dan snijdt het mes aan twee kanten!

Voortgezet onderwijs

En dan het voortgezet onderwijs. Daar ben ikzelf heel erg mee bezig. Ik denk na over een compleet ander systeem. Ik hoop daar een boek over te schrijven. Paul van Meenen wil ook een volledig ander systeem. Ook hier wil Van Meenen meer geduld. Geef leerlingen meer tijd om hun nieuwsgierigheid de ruimte geven, op zoek te gaan naar de eigen talenten (die zijn in veel gevallen niet direct zichtbaar), geef leerlingen keuzemogelijkheden in leerstof. Laat ze meer eigenaar worden van hun leerproces. Daarmee wordt de leraar geenszins minder belangrijk. Als leerlingen meer zelf kunnen bepalen wat ze op welk moment willen bestuderen of leren, dan zijn de docenten beschikbaar om de reis uit te stippelen. Hou in het voortgezet onderwijs kinderen bij elkaar. Geef ze allemaal 6 jaar een interessant programma. Sluit de periode af met een portfolio en stop met de toetsgekte! Zou het niet goed zijn docenten weer eens wat meer vertrouwen te geven werd er uit de zaal gevraagd. Zeker, zegt van Meenen. Daarom wil hij iets doen tegen dat loszingen van bestuur en docenten. Geef de zeggenschap niet aan een bestuur hoog op de rots zonder dagelijks contact met de werkvloer. Geef de zeggenschap terug aan een school. Het gebouw waar het echte werk gebeurt! Van Meenen spreekt veel met docenten en die vragen hem vaak: waar is al dat extra geld gebleven? Wij merken er niets van! Veel extra budgetten gaan naar besturen. Het is niet altijd duidelijk hoe dat neerdaalt op de verschillende scholen. Bij de zogenaamde werkdrukgelden is het anders gegaan. Die gelden zijn wel bij de docenten terecht gekomen. Op basis van die ervaring broedt Paul van Meenen op een initiatiefwetsvoorstel om gelden op scholen terecht te laten komen. Zijn denken gaat in de richting van coöperatieve samenwerking tussen scholen in plaats van kolossale besturen van onderwijsstichtingen. Door het systeem hebben leraren teveel afgeleerd om zelf te denken en te bepalen. Dat gebeurt door de besturen. Maar kun je dat zomaar omgooien? Kijk, zei Paul van Meenen, als je een konijn 10 jaar in een kooitje zet en dan de deur openzet, zal de konijn er niet vrolijk uitrennen en ander gedrag vertonen. Maar, het deurtje moet wel eerst open om te kunnen werken aan dat nieuwe gedrag! Ik wilde na de bijeenkomst van Paul van Meenen graag weten of voor hem Niekée in Roermond een mooi voorbeeld is van het nieuwe denken. Tot mijn vreugde is dat het geval. Zie mijn verhaal over Niekée en Sjef Drummen: https://www.michielverbeek.nl/nieuws/sjef-drummen-laat-zien-waarom-een-nieuw-onderwijsbestel-broodnodig-is/. Van Meenen zag nog wel wat problemen bij hun met de doorstroom. Maar dat is nu typisch zo’n geval van echte onderwijsvernieuwing die langs de meetlat van het traditionele onderwijs wordt gelegd. Dat is een lelijke valkuil! 

Nieuwe visie voor het verkiezingsprogramma

Paul van Meenen wil tijdens de scholenreis tot april 2020 opvattingen en verhalen uit de praktijk, maar ook analyses en vernieuwende gedachten ophalen en hij wil zijn elementen voor een nieuw onderwijsstelsel toetsen aan de achterban. Het zou mijn niet verbazen dat D66 gaat zoeken naar mogelijkheden om naast het bestaande stelsel een nieuw stelsel op te bouwen. Vanuit de gedachte van Menno Lanting (schrijver van managementboeken) over organisaties als mammoettankers en speedboten. Tankers zijn heel lastig van koers te laten veranderen. Organiseer er daarom speedboten naast met mensen die allemaal dat nieuwe onderwijs willen en bouw dat uit. Je zult zien dat er steeds meer mensen van de tanker over willen stappen op de speedboot!

Michiel Verbeek, 27 november 2019

 

 

 

 

© 2019 Michelverbeek.nl - webdesign door Landstra & de Groot webdesign