Vmbo’ers gebaat bij ander voortgezet onderwijs

Raf Daenen (oud-wethouder en docent maatschappelijke ontwikkeling) en Ninon Kreutzer (docent vmbo Vakcollege Helmond) betogen in een opiniestuk in Trouw van 9 augustus 2022 dat vmbo’ers meer zijn dan alleen vakmensen. ‘Gun ze een bredere ontwikkeling tot verantwoordelijke burger’. Als ik hun goedbedoelde pleidooi lees voor een bredere opleiding voor vmbo’ers, dan realiseer ik mij dat we ander voortgezet onderwijs nodig hebben. Een voortgezet onderwijs waar je niet begint met een sticker vmbo, havo of vwo. 

 

Daenen en Kreutzer constateren terecht dat kinderen uit een lager sociaal-economische omgeving vaak een lager schooladvies meekrijgen na de basisschool. Pleitbezorgers voor meer aanzien van het vmbo benadrukken vaak het belang van de vakmensen van morgen. Daenen en Kreutzer willen juist niet een eenzijdige nadruk op de praktische vaardigheden van vmbo’ers. ‘Bij hoger opgeleide vakmensen als docenten of chirurgen doen we dat immers ook niet’. Daar komt bij dat de term ‘vakmensen’ de nadruk legt op de economische waarde van de vmbo’er, alsof persoonlijke groei en andere aspecten er niet toe doen’. Grote moeite heeft het duo met typeringen als ‘werkt liever met de handen’ of is ‘geen type om met de neus in de boeken te zitten’. 

 

Fabrieksmatige organisatiestructuur

Ons huidige onderwijssysteem is gericht op economische groei en kent een fabrieksmatige organisatiestructuur. Efficiënt en effectief met examendoelen, een lessentabel, een leerstofklassensysteem en gericht op selectie. De eindtoets van de basisschool kent een vaste selectiemethodiek (lees het indrukwekkende boek ‘Van de kat en de bel’ van Karen Heij): de beste 20% krijgen een toegangsticket voor het vwo, 50% is voorbestemd voor het vmbo en 30% havo en grensgevallen). De vwo’ers als de leiders van morgen en de vmbo’ers als de werkers van morgen. Vanaf de invoering van het vmbo wordt door velen in het onderwijs het belang van goede vakmensen benadrukt en geprobeerd het imago van het vmbo op te vijzelen. Het is geen afvoerputje, het is geen ‘lager’ onderwijs enzovoort. Het benadrukken van wat het niet is, bevestigt vaak de maatschappelijke beeldvorming van het tegenovergestelde! Ons huidige onderwijssysteem is opgebouwd van hoog naar laag. Het hoogst haalbare op onderwijsgebied is de universiteit en dan het hbo (hoger beroepsonderwijs). De weg naar het hoogst haalbare is het vwo. Daarna volgen havo en mbo voor de toegang tot het hbo. De laagste trede in het voortgezet onderwijs is het vmbo. Een vierjarige vmbo-opleiding levert niet eens een startkwalificatie op. Daarvoor heb je minimaal mbo 2 nodig. Op zich wonderlijk. Een heleboel afgestudeerde vmbo’ers zijn beter opgeleid dan een grote groep mbo 2 afgestudeerden. 

 

Imago vmbo

Veel vmbo’ers maken zich niet druk over de oordelen van de buitenwacht over hun kwaliteiten en hun opleiding, maar er is ook een groep die niet ontkomt aan het gevoel dat zij minder zijn dan havisten en vwo’ers. Helemaal pijnlijk wordt het als ze het opgelegde gevoel hebben ‘dom’ te zijn. Daenen en Kreutzer vinden dat scholen de opdracht hebben alle leerlingen de kans te bieden zich optimaal te ontwikkelen om vervolgens hun verantwoordelijkheid in de samenleving te kunnen nemen. Een mooi pleidooi, maar het biedt onvoldoende handelingsperspectief. Hun pleidooi bevestigt mij weer in de noodzaak van andersoortig voortgezet onderwijs. Een school als Tussenruimte tussen kind en volwassenheid. Geen noodzakelijk kwaad en een voortdurende bevestiging van de plek in samenleving die je wordt toebedeeld, maar een plek waar iedere jongere kan ontmoeten, ontdekken en experimenteren. 

 

Andersoortig voortgezet onderwijs 

Een plek waar maatschappelijke thema’s leidend zijn in leerprogramma’s met vakoverstijgende workshops. Niet meer van uur tot uur naar een ander vak, met een andere docent, met soms andere regels. Ben je net lekker bezig met de stof, gaat de bel en worden de tassen ingepakt en sjokt een grote groep leerlingen naar een ander lokaal. Workshops worden gegeven in dagdelen of over hele dagen. Met volop ruimte voor verschillende werkvormen en reflectie. Directe instructie van een leraar of externe deskundige wordt afgewisseld met samenwerken, onderzoek, presenteren en directe feedback. Leren door kennisdeling van de experts en door eigen ervaringen. Leerlingen volgen verplichte workshops, maar kunnen ook een groot deel zelf kiezen of in samenspraak met hun mentor. Workshops worden gevolgd door leerlingen van verschillende leeftijden. In het huidige voortgezet onderwijs ga je naar school om een bepaald vak te volgen dat op je rooster staat. Op de school als Tussenruimte gaan leerlingen ook naar school om zelfstandig of met een groepje aan een project te werken. 

 

Basis voor iedereen en een gepersonaliseerd vervolg

Laat alle leerlingen op de basisschool een belangrijke basis meekrijgen op het gebied van taal en rekenen, dan kan het voortgezet onderwijs zich richten op wereldgeoriënteerd onderwijs met volop ruimte voor kwalificatie, socialisatie en persoonlijke vorming. Kinderen van de basisschool kunnen zonder etiket naar dit type voortgezet onderwijs. Daar gaan ze ontmoeten, ontdekken en experimenteren. Daar worden ze begeleid op basis van de leertheorie van Deci & Ryan. Ze ervaren autonomie, omdat ze greep hebben op hun eigen leerproces. Leraren en mentoren zijn in staat de competenties van individuele leerlingen te bepalen en zullen het leerprogramma daarop afstemmen, waarbij ze uitgedaagd worden om nieuwe dingen te proberen. Leerlingen volgen een gepersonaliseerd leerprogramma, maar altijd in verbondenheid met andere leerlingen. Samenwerken en leren van elkaar. Het onderscheid hoog-laag is weg. Het zelfbeeld van leerlingen kan optimaal gevormd worden. Leerlingen worden geïnspireerd en gaan daarom veel leren, hun talenten ontdekken en hun passies volgen. Ze worden opgeleid tot zelfstandige, veerkrachtige burgers, die een positieve bijdrage willen leveren aan de samenleving. In het laatste jaar van hun opleiding in het voortgezet onderwijs weten leerlingen heel goed wat ze willen als vervolg. Dat laatste jaar wordt volledig afgestemd op een vervolgopleiding of een plek op de arbeidsmarkt.  

Michiel Verbeek, auteur van het boek: Wie durft deze school aan?

9 augustus 2022

 

 

© 2019 Michelverbeek.nl - webdesign door Landstra & de Groot webdesign