Volop gas geven voor de nieuwe economie

De hoogste inkomens en vermogens hebben het meeste geprofiteerd van de lineaire fossiele economie. De kanteling naar een betekenisvolle circulaire economie is ingezet,  maar heeft nog veel ondersteuning nodig. De financiële sector in de economie zal moeten inschikken voor de reëele sector en de groeiende inkomens- en vermogenskloof zal zowel om sociale als om economische redenen omgebogen moeten worden. 

 

Inkomensongelijkheid

Op de website van de World Inequality Database is voor Nederland in 2019 te zien dat de onderste 50% van de inkomens 23,1% van al het verdiende inkomen ontvangt en de top 10% ontvangt 29,5%. De inkomens van de onderste 50% vertonen een dalende lijn in de afgelopen jaren en van de bovenste top 10% een stijgende lijn. De economische groei (uitgedrukt in het Bruto Binnenlands Product, BBP) in de afgelopen 20 jaar heeft nauwelijks voor inkomensverbeteringen gezorgd voor de laagste inkomens en de middengroepen. Het is vooral terecht gekomen bij de hoogste inkomensgroepen.

 

Personeel als goedkope werkkrachten

In zijn boek ‘Een land van kleine buffers’ laat econoom Dirk Bezemer zien dat de rijkste 10% maar liefst 64% van het totale vermogen bezit. Deze vermogensongelijkheid neemt toe en gaat gepaard met het vervangen van eigen personeel door inhuur personeel in grote bedrijven. In die banen zullen medewerkers minder het gevoel hebben dat ze bij de bedrijfsfamilie horen. Tel hier het groeiende aantal flexbanen bij op en je ziet dat een groot deel van werkend Nederland gemarginaliseerd wordt. Dit deel van de personeelskosten zijn uitsluitend kosten. Bedrijven zoeken de goedkoopste aanbieder met jonge en goedkope werkkrachten. Toenemende inkomensongelijkheid en toenemende vermogensongelijkheid vormen een bedreiging voor de stabiliteit van een samenleving. Deze ontwikkeling is een belangrijke reden waarom de inkomens van lagere inkomensgroepen zo achterblijven in de loonontwikkeling. De groep werkenden in armoede stijgt hierdoor. 

 

Marktwerking

Marktwerking werkt bij veel politici als een rode lap op een stier. De markt werkt uitstekend als aan een aantal randvoorwaarden is voldaan. Als er veel aanbieders zijn en veel vragers en de prijs komt transparant tot stand, dan zorgt de markt er voor dat de vrager waar voor z’n geld krijgt. Bij een goed functionerende markt moeten nieuwe bedrijven makkelijk kunnen toetreden tot de markt. De markt werkt niet altijd optimaal. Bedrijven hebben de natuurlijke neiging om te proberen de concurrentie te verslaan. Als enkele partijen een sterke marktmacht veroveren en kleinere spelers kunnen wegdrukken en kunnen voorkomen dat er nieuwe spelers op de markt komen, dan kan een markt met volkomen concurrentie veranderen in een oligopolie (enkele aanbieders) of zelfs een monopolie (één aanbieder). Door de globalisering heeft er een enorme opschaling plaatsgevonden bij bedrijven. De grootste 6 techbedrijven van de wereld (Apple, Microsoft, Google, Tencent, Facebook en IBM) hebben een enorme marktmacht. Nieuwkomers kunnen toetreden op de markt, maar zullen bij succes snel een aanbod krijgen van de grote spelers voor overname. Daarmee wordt de markt beheerst door slechts enkele spelers. Een bedrijf als Amazon is na Walmart (Amerikaanse supermarktketen) het grootste bedrijf van de wereld. Dat bedrijf heeft zeker twee decennia geopereerd zonder winst te maken. Grote bedrijven met hele rijke mensen aan de top kunnen blijkbaar jarenlang uit andere potten financieren dat uit winst. Voor een doorsnee midden- en kleinbedrijf is dat onmogelijk. De globalisering heeft geholpen om een aantal bedrijven echt heel groot te laten worden. Met als gevolg dat hun speelveld de wereld is geworden en dat ze heel eenvoudig met winsten en verliezen kunnen schuiven. De winsten gaan in de richting van landen met een lage vennootschapsbelasting en de kosten gaan naar landen waar kostenaftrek gunstig is. Trouwens dat doen niet alleen de hele grote multinationals, dat doet zelfs een semi overheidsbedrijf als de NS. Dat is te lezen in het uiterst interessante nieuwe boek van Dirk Bezemer. De NS heeft een bedrijf in Ierland waar treinonderdelen gemaakt worden. De NS levert ook diensten in Duitsland. De winsten in Duitsland worden doorgeschoven naar de Ierse vestiging van de NS, vanwege de lagere vennootschapsbelasting. De winsten die in een bepaald land worden gemaakt worden dus niet allemaal keurig belast in dat land. Overheden lopen op die manier veel belastinggeld mis. Dat moet vervolgens gecompenseerd worden door andere belastingen.

 

Machtsconcentratie door corona

Een aantal sectoren wordt fors geraakt door de coronacrisis. Midden- en kleinbedrijven die daardoor in de financiële problemen raken en failliet dreigen te gaan, zullen straks voor een habbekrats worden overgenomen door grote partijen in de sector. Een opschaling als gevolg van corona. Dirk BezemerDe Groningse econoom Dirk Bezemer heeft na de financiële crisis van 2008 in zijn You Tube filmpjes Debt is uiteengezet wat het effect is van schulden. Hij geeft daarbij helder aan wat het verschil is tussen de reeële economie en de financiële economie. Voor het uitbreken van de crisis in 2008 heeft er een enorme verschuiving plaatsgevonden van de reeële economie naar die financiële economie die bepaald wordt door investeringen in vermogenstitels en vastgoed. In de vier filmpjes wordt aangegeven dat een investering in de reeële economie de economische kringloop op een positieve wijze in beweging brengt. Een investering in een fabriek levert vraag naar personeel, grondstoffen en materiaal op. Dat levert salarissen op voor werknemers, die vervolgens weer producten kopen. Bedrijven hebben weer meer mensen, materiaal en grondstoffen nodig. In de financiële economie werkt dat anders. Een pand dat opeens 10% duurder wordt, levert een voordeel op voor een enkeling, maar brengt de economische kringloop niet aan de praat. Dat geldt ook voor investeringen in aandelen en andere vermogenstitels. 

 

Geld maken is een sterke drijfveer voor economisch handelen

In de financiële economie is het steeds meer geld maken de leidraad van handelen. In de reëele economie gaat het om producten maken en klanten tevreden stellen. Dat levert een hele andere economische dynamiek op. In het boek ‘Een land van kleine buffers’ staat een mooie passage om de ongebreidelde drang naar geld maken duidelijk te maken: ‘De timmerman heeft na 10 beitels waarschijnlijk geen elfde nodig, bij geld ligt dat heel anders: Er is een reden voor het verschil tussen beitels waarvan je er genoeg kunt hebben en pegels waarbij dat meestal niet zo is. Geld is een claim, waarmee je nu of in de toekomst alle goederen en diensten die er verhandeld worden, kunt krijgen. Het je genoeg beitels, dan kun je met geld iets anders kopen - maakt niet uit wat. Dus waarom zou je ooit genoeg van geld krijgen? Wie weet wat je volgend jaar weer wilt. Je kunt het dus maar beter achter de hand hebben. Dat ‘achter de hand hebben’ gebeurt in de vorm van vermogens en financiële buffers. Kredietverlening gaat hierdoor minder naar bedrijfskrediet en ondernemerschap, en meer naar vermogensmarkten.’ 

 

Wat is het antwoord?

Het aandeelhouderskapitalisme waarin de financiële economie tot grote bloei kon komen, heeft al decennia in de Westerse wereld geen concurrentie ondervonden van andere economische systemen. Wat wel gebeurt is dat het systeem last heeft van verstorende rafelranden, die kunnen uitgroeien tot grotere aantastingen van het systeem. Maar het kapitalisme is veerkrachtig. Het zal zich aanpassen aan nieuwe eisen, bijvoorbeeld die van de circulaire economie. Als antwoord op de klimaatverandering. Het aandeelhouderskapitalisme zal vervangen worden door ‘conscious kapitalisme’. Dit idee is uitgewerkt in het boek met gelijknamige titel van John Mackey en Raj Sisodia. Het woord conscious zou vertaald kunnen worden door ‘bewust’, maar dat is veel minder krachtig. In conscious zit ook geweten. Daarmee wordt het een meer van binnenuit doorvoeld idee. Het conscious kapitalisme is een manier van denken over ondernemingen met meer bewustzijn van een hoger doel en de relaties met direct betrokkenen en stakeholders. Het levert meer bewustzijn op van het waarom van de onderneming en de bijdrage aan meerdere waardesoorten, naast financieel ook intellectueel, psychisch, ecologisch, sociaal, cultureel, emotioneel, ethisch en spiritueel. Volgens Mackey en Sisodia kent conscious kapitalisme vier pijlers: een hoger doel (vorm van maatschappelijke impact);  integratie stakeholders; conscious leiderschap en conscious cultuur en management. Als wij in de postcoronatijd het kapitalisme willen aanpassen moeten er volgens Dirk Bezemer vier factoren samenkomen: politieke visie en actie; maatschappelijk draagvlak; financiële ruimte en praktische uitvoerbaarheid.

 

De overheid als financier

Op het hoogtepunt van de coronacrisis in het voorjaar van 2020 werden als belangrijkste beroepen voor de samenleving genoemd: zorg, politie, onderwijs, schoonmaak. Dat belang komt niet tot uiting in de betaling. Wat we maatschappelijk van waarde vinden krijgt niet automatisch het hoogste salaris. Een hoger salaris wordt veel meer bepaald door schaarste en marktmacht. Met steun van nu nog een grote minderheid in de Tweede Kamer wordt vanuit de zorg gestreden voor structureel 4% salarisverhoging voor alle zorgmedewerkers. De werkgevers in de zorg kunnen dat betalen als de overheid ruimere vergoedingen in het vooruitzicht stelt. Het kabinet houdt dat tegen, omdat ze een structurele extra uitgave van 4 miljard niet verantwoord vinden. Vooral niet, omdat het daar niet bij blijft. Het onderwijs en de politie (grootste werkgever van Nederland) zullen dan ook om een dergelijke structurele loonsverhoging vragen. Op 17 maart 2021 zijn er verkiezingen voor de Tweede Kamer. We gaan zien welke politieke partijen wel en niet voorstander zijn van een grote investering in de publieke sector. Worden mooie woorden wel of niet gesteund door concrete daden? Een flinke inhaalslag in de zorg, onderwijs en politie betekent al snel 10 miljard structureel extra per jaar.

 

Bestemmingskasstroombelasting

Een hele andere rol van de overheid is die van marktmeester. Marktwerking werkt uitstekend als er een overheid is die voorkomt dat partijen een te grote marktmacht krijgen en zorgt voor vrije toegang voor nieuwe toetreders. In de politiek borrelen door de coronacrisis sentimenten op om de globalisering terug te dringen. De snelle verspreiding van het virus heeft immers alles te maken met de geglobaliseerde wereld. Voor de exportgerichte Nederlandse economie zou het belemmeren van de globalisering funest zijn. Er is echter wel een knellend probleem met die globalisering: belasting betalen. Winsten die hier in Nederland gemaakt worden, zouden in Nederland belast moeten worden. Voor veel bedrijven gaat dat goed, maar niet voor Multinationals die over de landsgrenzen ondernemen. Die kunnen schuiven met kosten en opbrengsten, waardoor ze nauwelijks of geen vennootschapsbelasting betalen. Aanpakken van deze misstand vergt wet- en regelgeving. Dit probleem zou op Europees niveau aangepakt moeten worden. In het boek van Dirk Bezemer wordt de ‘bestemmingskasstroombelasting’ geïntroduceerd. Dit komt uit de belastingvoorstellen van Bas Jacobs en Sijbren Cnossen. Volgens Jacobs zou hiermee de nekslag toegediend kunnen worden aan internationale fiscale constructies. Het is te hopen dat we hier meer van gaan horen richting de verkiezingen voor de Tweede Kamer van 17 maart 2021.

 

BBP

Er is al jaren discussie onder economen en politici om economische voorspoed niet af te lezen aan het Bruto Binnenlands Product (BBP). Stijging van het BBP duidt op economische groei, maar wat voor groei? Milieuverontreiniging dat leidt tot winsten verhoogt de BBP. Een groot ongeluk op de weg vergroot het BBP, omdat allerlei partijen in het economische verkeer diensten komen leveren. Is het dan wel een geschikt toonbeeld van welvaart van een land? In 1968 riep presidentskandidaat Robert Kennedy dat ‘het BBP ons alles vertelt over de economie, behalve waarom die het leven de moeite waard maakt.’ Sander Heijne en Hendrik Noten pleiten in hun boek ‘Fantoomgroei’ voor het dumpen van het BBP en te vervangen door de Monitor Brede Welvaart. Het CBS stelt de monitor op. Inmiddels is de Monitor Brede Welvaart gekoppeld aan de Sustainable Development Goals (SDG’s) van de Verenigde Naties. Het CBS beschrijft hoe de welvaart zich in de brede zin van het woord in Nederland ontwikkelt. Het gaat daarbij om zowel de economische als de ecologische en sociaal-maatschappelijke aspecten van welvaart. Het BBP is internationaal de standaard voor de duiding van welvaart. In de circulaire economie krijgen de SDG’s een steeds grotere rol voor bedrijven en overheden als een soort moreel kompas. Daar past de Monitor Brede Welvaart goed bij. Als politieke partijen en regeringen in Europa doelstellingen gaan formuleren langs de meetlat van de SDG’s en de Monitor Brede Welvaart dan kan het BBP langzaam aan de kant verschoven worden.

 

Tot slot

In zijn boek Gigantisme waarschuwt Geert Noëls voor organismen die te groot worden door overdreven stimuli, door een te grote dosis groeihormonen. Het leidt tot abnormale grootte, hoge marges en concentratie. De grote motor voor een evenwichtige wereldeconomie heet decentralisatie, volgens Noëls. Kunnen we als klein land iets doen tegen deze grote mondiale ontwikkelingen? Dan houdt Noëls zijn lezers een Afrikaans gezegde voor: Als je denkt dat je te klein bent om het verschil te maken, heb je wellicht nog nooit de nacht doorgebracht met een mug in je kamer. 

Michiel Verbeek, 6 december 2020

 

 

© 2019 Michelverbeek.nl - webdesign door Landstra & de Groot webdesign