Wat gebeurt er met ons pensioenstelsel?

Ons pensioenstelsel is geen erg aansprekend onderwerp, maar wel heel belangrijk. Het gaat vrijwel iedereen aan en kan de economische ontwikkeling zeer positief, maar ook negatief beïnvloeden. Het valt dat het systeem heel ingewikkeld gemaakt wordt. Zodat het alleen begrepen wordt door deskundigen. Dat moeten we niet laten gebeuren. Hoe staat het er voor en wat wil het kabinet veranderen? En is er ook een simpele oplossing?

Als we allemaal ouder worden zullen we meer jaren genieten van een pensioenuitkering. Die pensioenuitkering bestaat uit twee delen: de AOW als basispensioen voor iedereen en het bedrijfspensioen. De AOW wordt betaald via een omslagstelsel. Alle AOW uitkeringen worden betaald uit opbrengsten AOW premies. Die opbrengst is echter onvoldoende en daarom vult het Rijk uit overige belastingopbrengsten de rest aan. Dat heet het fiscaliseren van de AOW. In 2017 is er 37,4 miljard aan AOW-uitkeringen betaald. Aan premie-ontvangsten kwam er 23,9 miljard binnen. De AOW-premie voor werkenden bedraagt al jaren 17,9% van het bruto inkomen. In 2017 heeft het Rijk 13,5 miljard moeten bijleggen uit belastingopbrengsten. Met de groei van het aantal ouderen gaan deze kosten voor het Rijk onherroepelijk stijgen.




Bij de bedrijfspensioenen gaat het heel anders. Daar betaalt het Rijk niet aan mee, maar stelt wel regels vast. Per bedrijfssector worden er premies ingehouden. Die verschillen per sector. De pensioenpotten zijn per sector gevuld. Alle pensioenpotten samen beheren zo’n 1.400 miljard euro aan pensioengeld. Met zo’n enorme pot is het volstrekte onzin om heel paniekerig te doen over ons pensioenstelsel. Tenzij pensioenfondsen onverantwoordelijke risico’s nemen of als er weer een grote financiële crisis uitbreekt. Dan kan een deel van dit enorme bedrag verdampen. In het buitenland wordt het Nederlandse systeem niet voor niets bij de beste stelsels in de wereld geschaard.
Als wij steeds ouder worden zullen wij meer pensioenjaren krijgen, die betaald moeten worden. Ter verbetering van de financiering is een aantal jaren geleden gestart met het verhogen van de pensioengerechtigde leeftijd. Dat betekent langer pensioen opbouwen en later een uitkering ontvangen. Het kabinet wil naar 67 jaar en vervolgens de pensioengerechtigde leeftijd laten stijgen met de verhoging van de levensverwachting. De vakbonden strijden voor het temporiseren van de verhoging en voorlopig naar 66 ipv 67 jaar. De bonden strijden voor mensen met zware beroepen en mensen die gemiddeld veel minder pensioenjaren mogen verwachten vanwege het uitgeoefende beroep. Voor het kabinet is die hogere leeftijd gunstig voor de AOW uitgaven.


Kabinet wil een ingrijpende verandering in het stelsel



Het kabinet wil het pensioenstelsel veranderen. Minister van SZW, Wouter Koolmees, wil dat met de volgende uitgangspunten:
Behoud van collectiviteit en solidariteit.
Betere aansluiting op de arbeidsmarkt.
Meer keuzevrijheid en maatwerk.
Afschaffing van de ‘doorsneesystematiek’.
Handhaving van de rol van sociale partners in het stelsel.
In het verleden werkten veel mensen lange tijd in hetzelfde bedrijf en dus in dezelfde sector. Voor de pensioenregeling makkelijk. Nu veranderen steeds meer mensen van werkgever en soms ook van sector. Overheveling van pensioenopbouw wordt dan al een stuk lastiger, of minder aantrekkelijk. En zeker bij de zogenaamde ‘doorsneesystematiek’. Iedereen betaalt dezelfde premie (percentage van je bruto loon) en bouwt dezelfde rechten op. De tegenstanders van deze ‘doorsneesystematiek’ willen een nauwere band tussen premie-inleg en pensioenuitkering. Dat willen ze, omdat er steeds meer mensen wisselen van werkgever en sector en van loondienst naar zelfstandigheid en andersom. De discussie hier gaat om collectiviteit en solidariteit of meer persoonlijk. Het verwarrende is dat de minister collectiviteit en solidariteit wil handhaven en toch de doorsneesystematiek wil afschaffen. Dat schuurt!


Nationale pensioenpot als simpele oplossing



Uit alle studies in de afgelopen jaren blijkt dat een verandering van het systeem veel tijd vergt en erg duur is. Als een veranderingsproces heel lang gaat duren dan kunnen er onderweg allemaal problemen opdoemen, die niet ingeschat waren. Het is dan maar zeer de vraag of de geplande doelen gerealiseerd worden. Kan het ook simpeler en beter? Ja, dat kan, met een nationale pensioenpot. Iedere werkende wordt verplicht om te sparen voor pensioen. Ook een zzp’er. Iedereen betaalt hetzelfde percentage aan pensioenpremie. Deel werknemer, deel werkgever. De zzp’er betaalt pensioenpremie op basis van werkelijk gerealiseerde inkomsten. Het pensioensysteem gaat uit van 40 jaar inleg, jaarlijks 4% rendement en 70% uitkering van het gemiddelde genoten loon, met een maximum. Vanaf pensioendatum wordt de uitkering geïndexeerd op basis van inflatie. Alle bestaande pensioengelden en pensioenaanspraken worden overgeheveld naar de nieuwe pensioenpot met een nieuwe organisatie. Dat wordt een vereniging, waarvan alle deelnemers lid zijn.
In onderstaande berekening heb ik een voorbeeld uitgewerkt met een gemiddeld loon van 40.000 euro per jaar. Stel de premie wordt 18% van het bruto loon (deels te betalen door de werkgever en deels door de werknemer bij loondienst) dan wordt er jaarlijks 7200 euro in de pot gestopt. Als dit wordt belegd met 4% rendement, dan is er na 40 jaar een pot van 711.551 euro beschikbaar (eindwaarde berekening). Bij een uitkering van 70% van het gemiddelde loon, zijn 25 jaar pensioenuitkering gedekt. Van 65 tot 90 jaar. De gemiddelde levensverwachting voor vrouwen ligt rond 83 jaar, voor mannen rond 80 jaar. Voor de jaren dat er geen inleg is geweest, wordt de uitkering gekort.




 

Is de 4% rendement wel redelijk? ABP (grootste pensioenfonds van Nederland) heeft over de afgelopen 20 jaar gemiddeld jaarlijks 7% gemaakt. Er zullen natuurlijk ook pensioenfondsen zijn die dat niet halen. In het systeem dat ik voorstel zijn er meerdere knoppen om aan te draaien als er gecorrigeerd moet worden. Knop 1: het berekende rendement. Knop 2: Het percentage inleg kan omhoog of omlaag. Knop 3: Het aantal werkjaren van 40 kan naar boven worden bijgesteld. Knop 4: Het uitkeringspercentage.

Het grote voordeel van een grote nationale pensioenpot is dat je met hele geringe ingrepen de financierbaarheid van het systeem kunt beïnvloeden.


Michiel Verbeek, 3 juni 2019

© 2019 Michelverbeek.nl - webdesign door Landstra & de Groot webdesign