Wat zal Prinsjesdag opleveren?

Laten we hopen dat het kabinet op Prinsjesdag laat zien dat het klimaatakkoord serieus genomen wordt door betekenisvolle investeringen in de transitie naar een circulaire economie aan te kondigen. En een paar investeringen in de sociale samenhang van onze samenleving. Het momentum is er.

 

 

Econoom Bas Jacobs heeft in het blad ESB helder aangegeven dat het kabinet er verstandig aan doet om de spaarlust van de Nederlanders te beantwoorden met investeringen vanuit de overheid. De overheidsfinanciën staan er goed voor. Er is een begrotingsoverschot en de staatsschuld is onder de 48% gebracht. Binnen de Europese afspraken mag de staatsschuld oplopen tot 60% van het BBP (Bruto Binnenlands product). Nederlanders die spaargeld aan de kant zetten om een redelijk pensioen bij elkaar te sprokkelen, moeten bij de huidige extreem lage rente flink doorsparen. Dat wordt nog aangewakkerd doordat de pensioenfondsen bij die lage rentes steeds verder onder druk worden gezet en waarschijnlijk moeten korten op uitkeringen of de premies verhogen. Bedrijven zijn terughoudend met investeringen door de onzekerheid in de wereldeconomie. Wat gebeurt er met de handelsoorlog tussen de Verenigde Staten en China, welke landen worden meegesleurd en komt er een no-deal Brexit en wat zijn dan de gevolgen voor de economieën van de Europese Gemeenschap? In het artikel in ESB rekent Bas Jacobs voor dat onder de huidige omstandigheden de Nederlandse overheid voor de stimulering van de economie tot iets meer dan 3% begrotingstekort zou kunnen gaan. 

 

 

 

Is er reden om te investeren?

 

Ja, er is zeker reden om te investeren. Het klimaatakkoord vergt concrete acties. Provincies en gemeenten moeten Regionale Energie Strategieën (RES) opstellen en snel gaan uitvoeren. Er is een uniek momentum om de omslag van fossiel naar duurzaam te maken. Met behulp van overheidsinvesteringen kunnen duurzaamheid oplossingen binnen handbereik komen. Er liggen concrete plannen klaar. Denk aan de 100 plannen uit het boek Drawdown en het 40-punten plan van Urgenda. En natuurlijk de plannen uit het Klimaatakkoord. De overheid moet nu geld inzetten om al die omslagen voor iedere portemonnaie mogelijk te maken. Huishoudens moeten allemaal naar draagvlak mee kunnen doen in de transitie. De Rijksoverheid doet er verstandig aan om op Prinsjesdag aan te kondigen dat gemeenten en provincies de regie krijgen in de versnelling van de uitvoering van klimaatbeleid. Gemeenten doen er vervolgens goed aan om energie- en duurzaamheid coöperaties te betrekken bij de uitvoering. Een breed draagvlak ligt voor het grijpen als de overheid de transitiekosten voor haar rekening neemt. Aanvullend zou de Rijksoverheid in het kader van de versnelling naar een circulaire economie gemeenten de financiële ruimte moeten geven om alle schoolgebouwen versneld duurzaam te maken. 

Naast concrete duurzaamheid projecten zou de overheid deze periode moeten aangrijpen voor infrastructurele investeringen. Dijken, wegen en spoor.  Een derde onderdeel van een grootschalig investeringsprogramma is technologische ontwikkeling. Voor de lange termijn is nu investeren in fundamenteel onderzoek en ondersteunen van veel experimenten waarschijnlijk het meest wijs. 

 

 

Investeren in de reële economie

 

Het gaat om investeringen in de reële economie. Investeringen daarin levert consumptievraag op. En dat levert weer productiestijging op. Door productiestijging zijn er meer mensen nodig. Dat levert weer meer inkomen op bij werknemers en zo komt het economische wiel goed aan de loop. Als de reële economie van goederen en diensten niet versterkt wordt, zal de stijgende welvaart verdwijnen in stijging van vastgoed en beleggingen. En dat levert geen duurzame economische welvaart op. Dan profiteert niet de  grote groep, maar enkelen in de bubbels van de financiële economie. Het is al weer van een paar jaar geleden, maar in dit filmpje laat de econoom Dirk Bezemer duidelijk zien wat het verschil is tussen investeren in de reële economie en de financiële economie: 

https://www.youtube.com/watch?v=ctLc31foiZE

 

 

Dak- en thuislozen en de boete op samenwonen

 

Ik hoop en verwacht op Prinsjesdag ook speciale aandacht voor het investeren in de sociale cohesie van de samenleving. Recent zijn we opgeschrikt door het grote aantal dak- en thuislozen. Om de problematiek aan te zetten is er een verschil gemaakt tussen 2009 en 2018. In een periode van 10 jaar is allicht het veranderingspercentage hoger dan bijvoorbeeld het verschil tussen 2017 en 2018. In die periode steeg het aantal dak- en thuislozen met 2,6%. Daarmee was waarschijnlijk geen uitgebreide publiciteit gehaald. Met een stijging van meer dan 50% wel. In 2009 waren er 18.000 dak- en thuislozen. In 2018: 39.000. 84% daarvan is man en 57% daarvan heeft een migratie achtergrond. In de periode 2009-2018 steeg de bevolking met 3,1%. Tegen die stijging is de stijging van het aantal dak- en thuislozen hoog. Uit de grafiek blijkt echter geen plotseling verhoging van het aantal dak- en thuislozen, een trendmatige groei van tussen 1000 en 4000 mensen. 

 

 

Alleen in 2013 is het aantal afgenomen. Experts op dit gebied zien als grootste probleem het gebrek aan goedkope woningen. Meer sociale woningbouw bijbouwen is de logische reactie, maar er is ook iets anders dat soelaas kan bieden. Wij zouden een aantal maatschappelijke problemen simultaan kunnen bestrijden als we zouden stoppen met de boete op samenwonen. Als twee mensen met een bijstandsuitkering samen gaan wonen, moet er nu veel geld ingeleverd worden. Dat kunnen mensen zich niet permitteren, dus gebeurt het niet. En melden ze zich allemaal voor een eigen woning. Als we daar nu eens mee gaan stoppen. Laat broers, zussen, broer en zus, vrienden, kennissen of vreemden die samenwonen aandurven, samen een woning kunnen huren. Zonder gekort te worden. Dat geldt natuurlijk ook voor een ouder en een kind van 18 jaar of ouder. Het is gezelliger en er kan over en weer ondersteuning geleverd worden als dat nodig is. Met z’n tweeën of drieën ga je sneller de deur uit. Kans op meer relatie met de samenleving is groot. Om de beurt koken en samen eten is vaak leuker dan altijd alleen eten. Het biedt mensen met lage inkomens financiële ruimte, het leven wordt gezelliger en de druk op de woningbouw wordt minder. Een win-win-win-situatie. 

 

Michiel Verbeek, 27 augustus 2019

 

 

 

 

© 2019 Michelverbeek.nl - webdesign door Landstra & de Groot webdesign