Skip to main content Skip to footer

April 2026: de maand waarin grenzen zichtbaar werden

Bij het lezen van de krant verzamel ik per maand berichten. Die berichten breng ik bij elkaar voor een maandoverzicht. April 2026 was een maand van blokkades. Letterlijk, op zee: in de Straat van Hormuz, rond Cuba, bij Gaza. Maar ook figuurlijk: in de zorg, op de woningmarkt, in de landbouw, in de rechtsstaat en in het klimaatbeleid. Overal werd zichtbaar dat systemen die lang zijn doorgeschoven hun grens naderen. De rode draad van deze maand was niet alleen crisis, maar vooral uitputting: van mensen, instituties, natuurlijke hulpbronnen en democratische tegenmacht.

Oorlog met alleen destructie

De internationale politiek stond in april in het teken van een wereldorde die niet zozeer wordt vervangen door een nieuwe orde, maar uiteenvalt in geweld, intimidatie en improvisatie. De Amerikaanse aanval op Iran en de blokkade van scheepvaart richting Iraanse havens maakten de Straat van Hormuz opnieuw tot zenuwknoop van de wereldeconomie. Olieprijzen schoten omhoog, Europese ministers spraken over een tijdelijke belasting op oorlogswinst bij energiebedrijven, en Cuba gleed door een Amerikaanse olieblokkade verder af in schaarste en armoede. De geopolitieke werkelijkheid kwam daarmee heel concreet binnen in de prijs van energie, voedsel, transport en bestaanszekerheid.

Opvallend was hoe vaak militair geweld in april werd gepresenteerd als instrument om orde te scheppen, terwijl de berichten juist het tegenovergestelde lieten zien. Israëlische aanvallen op Libanon, de voortdurende verwoesting van Gaza, de annexatiedruk op de Westelijke Jordaanoever en de interceptie van boten van de Global Sumud Flotilla maakten duidelijk hoe dun de grens is geworden tussen veiligheidspolitiek en permanente ontwrichting. Caroline de Gruyter vatte dat bredere patroon scherp samen: ‘moderne oorlogen leveren zelden nog een stabiele vrede op. Ze vernietigen vooral.’ De Franse politicoloog Bertrand Badie noemt dat het verschil met vroegere oorlogen: ‘vroeger kon oorlog, hoe gruwelijk ook, soms een nieuwe orde afdwingen; nu blijft vaak alleen destructie over.’

 

Machtsdenken zonder rem

Daarmee sloot de maand aan bij een bredere politieke ontwikkeling: de opmars van machtsdenken zonder duidelijke rem. Tom Jan Meeus beschreef de gedeelde stijl van Trump en radicaal-rechtse bondgenoten in Europa: versimpeling, herhaling, beschuldiging, minachting voor tegenmacht en een geloof in militaire overtuigingskracht. In Turkije werden opnieuw oppositieleden opgepakt. In de Verenigde Staten morrelde Trump aan het grondwettelijk geboorterecht. In Nederland werden asielmaatregelen besproken die illegaal verblijf strafbaar maken en pleegkinderen in nareissituaties kunnen uitsluiten. Het zijn verschillende dossiers, maar de beweging is verwant: de staat trekt harder op tegen kwetsbare groepen, terwijl instituties die moeten begrenzen onder druk komen te staan.

 

Democratische mobilisatie

Toch was april niet alleen een maand van autoritaire verharding. Hongarije leverde het tegenbeeld. Péter Magyar en zijn partij Tisza versloegen Viktor Orbán na zestien jaar Fidesz-bewind. Dat gebeurde ondanks een ongelijk speelveld, bevoordeelde instituties en een grotendeels door Orbán gedomineerd medialandschap. De overwinning liet zien dat democratische vermoeidheid kan omslaan in democratische mobilisatie. Niet via een bliksemcampagne, maar via een lange mars langs dorpen, steden en marktpleinen. Juist in een maand waarin persvrijheid wereldwijd een historisch dieptepunt bereikte, was dat een belangrijk signaal: democratie sterft niet alleen door repressie, maar kan ook herleven door volgehouden nabijheid.

 

De zorgparadox, de woningparadox en de verzorgingsstaat

Ook binnen Nederland draaide april om grenzen die bereikt zijn. De zorg was misschien wel het duidelijkste voorbeeld. UMCG-oncoloog Schelto Kruijff noemde het de zorgparadox: ziekenhuizen zeggen gezondheid te produceren, maar houden ondertussen een systeem in stand dat vaak pas ingrijpt wanneer mensen al ziek zijn. De grootste gezondheidswinst ligt buiten het ziekenhuis: in schone lucht, drinkwater, gezond eten, minder roken en minder vapen. Dat raakt aan berichten over obesitas, THC-vapes onder scholieren en de daling van het aantal gezonde levensjaren. Nederland wordt ouder, maar niet vanzelf gezonder. De vraag is niet alleen hoeveel zorg we kunnen betalen, maar hoeveel ongezondheid we blijven organiseren.

Diezelfde paradox keerde terug in de woningmarkt. Reinier de Graaf, auteur van het boek  Architecture Against Architecture wees erop dat Nederland niet simpelweg te weinig gebouwde ruimte heeft. Er zijn acht miljoen woningen, bijna een miljard vierkante meter woonoppervlak, leegstaande kantoren, winkels en bedrijfsruimten. Tegelijk is er een tekort van circa 400.000 woningen en zijn de afgelopen tien jaar ongeveer 100.000 woningen gesloopt. De woningcrisis gaat dus niet alleen over bouwen, maar over verdeling, bestemming en kapitaal. We bouwen terwijl er leegstand is, slopen terwijl er tekort is, en noemen dat vervolgens onvermijdelijk.

Op de arbeidsmarkt en in de sociale zekerheid werd eveneens zichtbaar hoe kwetsbaar uitvoeringsorganisaties zijn geworden. Het UWV moest erkennen dat ruim 122.000 mensen bericht kregen over verkeerd berekende WIA-uitkeringen. Tienduizenden mensen wachtten langer dan de wettelijke termijn op een keuring, duizenden zelfs meer dan een half jaar. Achter zulke cijfers zit geen abstracte administratieve fout, maar onzekerheid over inkomen, gezondheid en toekomst. Tegelijk groeit het beroep op het UWV: meer WW-uitkeringen, meer ziekmeldingen, meer verlofaanvragen. De verzorgingsstaat is nog omvangrijk, maar steeds vaker te traag, te complex en te foutgevoelig.

 

Innovatie heeft politieke richting nodig

Een ander terugkerend thema was de spanning tussen technologische belofte en politieke traagheid. Er waren berichten over airbags in wielershirts, satellieten die ’s nachts zonlicht kunnen reflecteren, batterijen die in Groot-Brittannië in hoog tempo worden geplaatst, nieuwe recyclingtechnologie in Farmsum en AI die volgens veel werkenden delen van hun baan kan overnemen. Innovatie is overal. Maar april liet ook zien dat technologie alleen geen richting geeft. Een airbag kan wielrenners beschermen, batterijen kunnen piekuren opvangen, recycling kan afvalstromen redden. Maar zonder politieke keuzes blijven de grote vragen liggen: welke industrie past nog in Nederland, wie betaalt de energietransitie, wat doen we met werk dat verandert, en welke risico’s accepteren we?

Die politieke keuzes zijn vooral zichtbaar in klimaat en landbouw. De energie-intensieve industrie levert relatief weinig bbp op, maar gebruikt veel energie en veroorzaakt veel uitstoot. De Wetenschappelijke Klimaatraad concludeerde dat er niet genoeg ruimte, elektriciteit, water en milieucapaciteit is om alles klimaatneutraal te maken. Dat is een ongemakkelijke boodschap: sommige activiteiten zullen moeten krimpen of verdwijnen. Tegelijk blijft biologische landbouw steken rond vijf procent van het landbouwareaal, terwijl het doel vijftien procent in 2030 is. Boeren willen onder andere voorwaarden best omschakelen, maar vinden het huidige beleid ongunstig, onhaalbaar en onrendabel. Ook hier is het patroon: iedereen ziet de richting, maar het systeem beloont de oude praktijk.

Zelfs de berichten over dierenwelzijn pasten in dat grotere beeld. Miljoenen legkippen lopen rond met gebroken borstbenen, een verborgen vorm van lijden die voortkomt uit maximale productiedruk. Het is een kleine, fysieke illustratie van een groter maatschappelijk mechanisme: opbrengst wordt zichtbaar gemaakt, schade blijft verborgen. Dat geldt voor dieren, maar ook voor kinderen in jeugdbescherming, voor mensen in slecht geïsoleerde woningen, voor scholieren met verslavende vapes, voor Palestijnse kinderen in Israëlische gevangenissen en voor Soedanezen die leven met extreme honger terwijl de internationale aandacht elders ligt.

April 2026 was daarom geen verzameling losse crises. Het was een maand waarin dezelfde vraag steeds opnieuw opdook: hoeveel druk kan een systeem verdragen voordat het moreel, ecologisch of bestuurlijk breekt?

 

Hoopvolle berichten

De hoopvolle berichten waren er wel degelijk. Regenwoud blijkt veerkrachtiger dan vaak gedacht. Palestijnse deskundigen werken aan The Phoenix Gaza, een plan voor wederopbouw en zelfbeschikking. Groot-Brittannië bouwt in recordtempo batterijcapaciteit op. In Farmsum wordt gewerkt aan nieuwe recyclingtechniek. In Hongarije won een oppositiebeweging van een ogenschijnlijk onaantastbaar regime. Hans Becker, de overleden vernieuwer van de ouderenzorg, herinnerde eraan dat zorg ook menselijkheid, vrijheid en levensvreugde kan betekenen in plaats van alleen protocollen.

Maar die lichtpunten hebben één ding gemeen: ze ontstaan waar mensen weigeren zich neer te leggen bij de logica van het bestaande systeem. Niet méér van hetzelfde, maar anders kijken. Niet alleen behandelen, maar voorkomen. Niet alleen bouwen, maar beter gebruiken. Niet alleen produceren, maar herstellen. Niet alleen macht uitoefenen, maar begrenzen. Niet alleen overleven, maar samenleven.

April 2026 maakte duidelijk dat de grote conflicten van deze tijd niet alleen gaan over links of rechts, oorlog of vrede, groei of krimp. Ze gaan over de vraag of samenlevingen nog in staat zijn grenzen te erkennen: aan geweld, aan vervuiling, aan bureaucratische traagheid, aan een economie uitsluitend gebaseerd op economisch gewin, aan politieke willekeur.

Misschien was dat de belangrijkste les van april. De toekomst wordt niet bepaald door wie het hardst roept, het meest bombardeert of het snelst innoveert. Ze wordt bepaald door wie op tijd begrijpt dat veerkracht niet hetzelfde is als eindeloos incasseren.

 

Michiel Verbeek

Cookiemelding

We gebruiken functionele cookies om ervoor te zorgen dat onze websites goed werken en veilige analytische cookies om je de best mogelijke gebruikerservaring te bieden.

Als u op 'Akkoord' klikt, stemt u in met het plaatsen van alle cookies.