Een minderheidskabinet kan wel!
D66, VVD en CDA willen met een minderheidskabinet onder leiding van Rob Jetten het land besturen. Waar velen tijdens de formatie bleven hameren op ‘stabiliteit’ via een meerderheidscoalitie, kiezen de drie partijen nu juist voor een model dat de Tweede Kamer dwingt tot scherpere afwegingen en het kabinet tot meer overtuigingskracht.
Den Haag krijgt mogelijk een politiek experiment met grote gevolgen voor de verhoudingen tussen kabinet en parlement. D66, VVD en CDA zijn voornemens een minderheidskabinet te vormen, met D66-leider Rob Jetten als minister-president. Daarmee wordt een veelgehoord uitgangspunt van de afgelopen maanden — dat er per se een stevig meerderheidskabinet moest komen — losgelaten. In plaats daarvan ontstaat een constructie die per onderwerp steun moet organiseren in de Tweede en Eerste Kamer.
Een minderheidskabinet kan de positie van de Tweede Kamer versterken. Niet de coalitiediscipline, maar de inhoudelijke meerderheid per dossier wordt dan bepalend. Dat kan leiden tot meer open debat en minder onderlinge handel in ‘coalitiegedoe’ achter de schermen. Tegelijkertijd vergt het een regering die politiek en inhoudelijk overtuigend is. Ministers en staatssecretarissen moeten niet alleen hun dossiers beheersen, maar ook gezag, charisma en onderhandelingsvermogen meebrengen.
Meer debat, hogere lat
De logica achter een minderheidskabinet is helder: wie geen vaste meerderheid heeft, moet voortdurend uitleggen, verbinden en bijsturen. Dat kan het parlementaire proces verdiepen. Kamerleden zullen hun moties en amendementen beter moeten onderbouwen, omdat de kans toeneemt dat voorstellen daadwerkelijk het verschil maken. In het ideale scenario verbetert ook de kwaliteit van wetgeving: minder op basis van een vooraf ‘dichtgetimmerd’ akkoord met politieke compromissen, maar meer zorgvuldige toetsing onderweg.
Journalisten vroegen Jetten de afgelopen dagen nadrukkelijk welke prijs hij bereid is te betalen voor steun van oppositiepartijen. In de wandelgangen werd al snel gespeculeerd dat D66 uiteindelijk zou moeten opschuiven richting JA21 om een meerderheid te benaderen. Maar in die redenering schuilt de misvatting dat de politieke afstand tussen D66 en JA21 groter is dan die tussen de VVD en GroenLinks-PvdA. Een minderheidskabinet kan juist ruimte scheppen om per dossier wisselende meerderheden te smeden, zonder één vaste oppositiepartner als ‘schaduwcoalitie’ te hoeven accepteren.
De erfenis van Rutte IV drukt op de VVD
De samenwerking met de VVD is echter niet zonder littekens. D66 en CDA dragen de ervaringen uit het vierde kabinet-Rutte mee, waarin de coalitie uiteindelijk viel na een plotselinge verharding van het asieldebat. Dilan Yeşilgöz werd zelf onderwerp van controverse met haar stevige eisen en uitspraken met aantoonbare onjuistheden.
De politieke strategie van de VVD in de campagne was positioneren als scherp rechts. De partij zette zich nadrukkelijk af tegen GroenLinks-PvdA en ging zelfs zo ver door samenwerking na de verkiezingen uit te sluiten. Informateurs en onderhandelaars hebben Yeşilgöz niet van dat standpunt af kunnen brengen. Opvallend genoeg leidde dat niet tot het uitsluiten van de VVD als tegenzet van D66 en CDA.
GroenLinks-PvdA: gemiste kans of principiële keuze?
Het voorkeurskabinet van Jetten en Bontenbal (D66, CDA, VVD en GroenLinks-PvdA) strandde op twee factoren: de blokkade vanuit de VVD en het bezwaar van GroenLinks-PvdA tegen een minderheidskabinet. Regeren zonder vaste meerderheid betekent dat je voortdurend moet onderhandelen over de uitvoering van je plannen, met het risico dat kernpunten verwateren, aldus GroenLinks-PvdA. In de onderhandelingen met de VVD verviel de optie van een minderheidscoalitie D66, CDA en GroenLinks-PvdA (64 zetels). Bij sommige dossiers zouden ze dan steun hebben moeten zoeken bij een groot aantal kleine partijen: CU, Volt, PvdD, SP, Denk en 50Plus, samen goed voor 12 zetels. Zo’n variant zou politiek ingewikkeld zijn geweest voor het CDA, dat traditioneel het liefst als middenpartij in een evenwichtige coalitie opereert en mogelijk huiverig is voor een profiel dat te ver richting centrumlinks schuift.
D66, CDA en VVD: passend bij de uitslag
De beoogde combinatie D66, CDA en VVD past wel goed bij de verkiezingsuitslag: twee partijen die sterk wonnen (D66 +17 zetels en CDA +13 zetels) en een VVD die beperkt verloor (-2 zetels). D66 en CDA hebben een positieve agenda opgesteld met de aanpak van 6 grote thema’s. De gesprekken met de VVD erbij lopen voortvarend. De suggestie is dat men inhoudelijk eruit is en nu snel een stevig team wil formeren. Daarmee verschuift de aandacht naar de personele invulling. Rob Jetten gaat als minister-president het kabinet leiden. Binnen D66 zal Jan Paternotte de fractie gaan leiden. Ik denk dat Henri Bontenbal in de Kamer blijft om de fractie te leiden. En bij de VVD rijst de vraag: kiest Yeşilgöz voor het kabinet of voor een oppositie-achtige rol van fractieleider in een minderheidsconstructie? In de VVD-gelederen staan de huidige demissionaire ministers Karremans en Brekelmans te popelen om door te gaan, maar dat zet de partij ook voor de puzzel wie dan de Kamerfractie moet leiden.
Een nieuwe generatie, een oude test
De formatie lijkt een wisseling van de wacht te markeren: een nieuwe generatie leiders die zegt een andere politieke cultuur te willen brengen, minder spel, meer inhoud, minder loopgraven, meer samenwerking. Een minderheidskabinet kan die belofte waarmaken, maar het kan ook genadeloos blootleggen waar die nog vooral retoriek is. Want het succes van een minderheidskabinet hangt niet af van het akkoord alleen, maar van het dagelijks vakmanschap: dossiers beheersen, vertrouwen winnen, coalities bouwen in de Tweede en Eerste Kamer en bereid zijn om plannen aan te passen zonder de koers te verliezen. Als dat lukt, kan Den Haag inderdaad bewijzen dat een minderheidskabinet wel kan. Als het mislukt, zal het oordeel hard zijn: dan was ‘stabiliteit’ niet slechts een cliché, maar een waarschuwing.
Voor eind januari een stevig kabinet op het bordes!
Michiel Verbeek