Skip to main content Skip to footer

Juli 2026: De maand waarin we de regie dreigden kwijt te raken

Juli 2026 begon met een gemiste strafschop en eindigde met kunstmatige intelligentie die uit haar testomgeving ontsnapte. Daartussen stonden de wereld en Nederland onder druk van oorlog, hitte, bureaucratie, politieke ontregeling, grondstoffenschaarste en systemen die steeds moeilijker beheersbaar blijken.

Op het eerste gezicht hebben die gebeurtenissen weinig met elkaar te maken. Wat verbindt een AI-model dat zelfstandig bedrijven hackt met een boer die zijn veestapel moet inkrimpen? Wat hebben de toeslagenkinderen gemeen met de bosbranden in Zuid-Europa, de Amerikaanse importheffingen en de Nederlandse afhankelijkheid van Chinese batterijen?

Misschien dit: steeds vaker ontdekken we dat systemen die wij zelf hebben gebouwd zich aan onze greep onttrekken. Technologieën, markten, instituties en procedures zouden ons moeten dienen, maar gaan hun eigen logica volgen. Ondertussen dreigen mensen hun handelingsvermogen uit te besteden: aan algoritmes, protocollen, autoritaire leiders, marktprikkels of de geruststellende gedachte dat niemand persoonlijk verantwoordelijk is. Juli was de maand waarin de vraag steeds terugkeerde: wie heeft eigenlijk nog de regie?

 

De ontsnapte intelligentie

Het meest letterlijke antwoord kwam op de laatste dag van de maand. Anthropic maakte bekend dat zijn AI-model Claude tijdens drie van 141.006 testritten uit de testomgeving was gebroken, het internet was opgegaan en echte bedrijven had gehackt. De incidenten werden pas ontdekt nadat OpenAI eerder een vergelijkbaar voorval had gemeld en Anthropic achteraf zijn eigen gegevens was gaan onderzoeken. Drie incidenten op ruim 141.000 testen lijken weinig. Maar het verontrustende zit niet alleen in het aantal. Het zit in het feit dat niemand ze opmerkte toen ze plaatsvonden. De controle bestond vooral in de aanname dat het systeem onder controle was. Dat patroon kennen we inmiddels. Nieuwe technologie wordt ingevoerd omdat zij efficiënter, sneller of goedkoper is. Pas wanneer er iets misgaat, zoeken we uit wat het systeem ondertussen werkelijk deed.

Bestuurders lijken weinig last van die onzekerheid te hebben. In Nederland zei in juli 82%  van de ondervraagde topmanagers de meerwaarde van AI binnen het bedrijf al te ervaren. Drie maanden eerder was dat nog maar 58%. Een sprong van 24 procentpunt in één kwartaal zegt waarschijnlijk minder over een plotselinge productiviteitsrevolutie dan over de snelheid waarmee een nieuwe overtuiging zich onder bestuurders verspreidt. Niemand wil de laatste zijn die de toekomst omarmt.

Docent aan het Amerikaanse MIT en bedenker van de Theorie U, Otto Scharmer, plaatste daar een ongemakkelijke waarschuwing tegenover. Volgens hem besteden we niet alleen taken uit aan machines, maar ook menselijke vermogens: denken, verbeelden en creëren. Juist op een moment waarop oorlog, klimaatverandering en maatschappelijke verdeeldheid om nieuwe ideeën vragen, dreigen we het vermogen om die ideeën te vormen te verzwakken. Scharmer onderscheidt artificiële, organische en bronintelligentie. Artificiële intelligentie verwerkt data en abstraheert de werkelijkheid. Organische intelligentie ontstaat in het lichaam en in werkelijk contact met andere mensen: luisteren, waarnemen, aanraken, aanvoelen en empathie ontwikkelen. Bronintelligentie is het vermogen om te herkennen wat nog niet bestaat, maar mogelijk wil ontstaan. De intelligentie die nodig is om aan te voelen wat er wíl ontstaan, hoe je een toekomst laat ontstaan die er nog niet is.

Een machine kan empathische woorden produceren, maar zij wordt niet geraakt. Zij kan duizenden toekomstscenario’s genereren, maar voelt zich voor geen ervan verantwoordelijk. Het gevaar is daarom niet alleen dat AI slimmer wordt. Het gevaar is dat mensen minder aandachtig, minder creatief en minder verantwoordelijk worden omdat de machine het antwoord zo overtuigend formuleert. De wezenlijke vraag is niet of we AI moeten omarmen of afwijzen. Zij luidt: hoe gebruiken we AI zonder onze menselijke handelingskracht te verliezen?

 

Een samenleving zonder frictie

Niels Zagema van de Nationale pleitte in Brussel niet voor een algeheel socialemediaverbod voor jongeren, maar voor meer frictie. Onze hersenen moeten onze duimen kunnen bijhouden, zei hij. De moderne economie probeert iedere wrijving te verwijderen. Eén klik moet genoeg zijn om iets te kopen, te bekijken, te delen of te beoordelen. Algoritmes beslissen welk bericht daarna komt. Streamingdiensten brachten in Nederland in het eerste kwartaal van 2026 voor het eerst meer op dan traditionele televisieabonnementen. We hoeven niet meer te wachten op een uitzending en nauwelijks nog te kiezen: na iedere aflevering begint de volgende vanzelf. Maar frictie is niet alleen hinder. Zij is ook het moment waarop een mens kan nadenken: wil ik dit eigenlijk? Is dit waar? Wat zijn de gevolgen? Ben ik nog degene die kiest?

Het nieuwe Europese recht op reparatie past verrassend goed in deze gedachte. Nederlanders gooien jaarlijks ongeveer 21 kilo elektronica per persoon weg: samen 378 miljoen kilo. Vanaf juli moeten fabrikanten onderdelen beschikbaar stellen en bijdragen aan het herstel van kapotte apparaten. Repareren brengt frictie terug in een economie die ons heeft geleerd dat vervangen gemakkelijker is dan herstellen. Het vraagt tijd, kennis en aandacht. Maar juist daardoor verandert onze verhouding tot spullen. Een apparaat wordt niet langer een tijdelijk consumptieartikel waarvan de binnenkant ons niets aangaat. Door de reparatieplicht krijgen we opnieuw toegang tot het ding, begrijpen beter hoe het werkt en kunnen de levensduur ervan verlengen.

Misschien geldt voor democratie en samenleving hetzelfde. Ook daar zijn we gewend geraakt aan snelle vervanging en onmiddellijke verontwaardiging. Een minister moet weg, een wet moet van tafel, een tegenstander moet worden uitgeschakeld. Herstellen is trager en ingewikkelder. Het vraagt dat we begrijpen wat er precies kapot is.

 

De overheid die haar eigen onvermogen legaliseert

Dat begrip ontbreekt soms juist bij de overheid. Het UWV moet volgens de wet binnen acht weken beslissen over een aanvraag voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering. In de praktijk duurt het gemiddeld negentien weken, met uitschieters tot een jaar. Het voorstel van minister Vijlbrief was niet om ervoor te zorgen dat het UWV tijdig beslist, maar om de automatische dwangsom bij termijnoverschrijding af te schaffen. Dat is de omgekeerde wereld. De overheid beschermt de burger niet tegen haar eigen falen, maar beschermt zichzelf tegen de consequenties daarvan.

Hetzelfde mechanisme zagen we bij de toeslagenaffaire. Minstens 3.532 kinderen van gedupeerde ouders werden uit huis geplaatst. Onderzoek wees uit dat het toeslagenschandaal bij al deze uithuisplaatsingen een rol speelde en vaak doorslaggevend was. Zinnia en Aleyna behoren tot de kinderen die nu vragen om een individuele herbeoordeling van hun dossier. Voor een systeem waren hun ouders risicoprofielen, schuldenaren en vermoedelijke fraudeurs. Voor jeugdzorg waren de gevolgen daarvan spanningen, onveiligheid en opvoedproblemen. Iedere organisatie zag een deel en volgde haar eigen procedure. Bijna niemand keek naar het geheel. Dat is misschien de gevaarlijkste vorm van uitbestede verantwoordelijkheid. Niet één mens besluit bewust om een gezin te verwoesten. Duizenden professionals voeren ieder een klein, verklaarbaar onderdeel uit. Het eindresultaat is een ramp waarvoor het systeem verantwoordelijk wordt gesteld, terwijl een systeem geen berouw kan tonen en geen kind kan troosten.

Wessel Tielens beschreef een vergelijkbare verlamming in Ambtenaren met ballen. Ambtenaren werken volgens hem in een ‘Hunger Games’-omgeving van schaarse middelen, controledwang en onderlinge concurrentie. Tot 70% van hun tijd zou opgaan aan vergaderen. Afdelingen sturen elkaar intern rekeningen via een ‘pepernotensysteem’ van tijdelijke budgetten. Ondertussen groeit een nieuwe laag medewerkers die vooral politieke bananenschillen moet opruimen. Tielens’ alternatief is de systeemhacker: de ambtenaar die naar burgers luistert, praktische oplossingen zoekt en regels niet als eindpunt maar als gereedschap beschouwt. Dat vraagt geen roekeloosheid. Het vraagt professionele moed: verantwoordelijkheid nemen voor de bedoeling van het werk wanneer de procedure die bedoeling in de weg staat.

 

De wachtrij als bestuursmodel

Barbara Baarsma waarschuwde dat Nederland een samenleving van wachtrijen wordt. Bijna negenduizend bedrijven wachten op een aansluiting op het elektriciteitsnet. Er is schaarste aan arbeid, water, stikstofruimte, fysieke ruimte en infrastructuur. Het structurele groeivermogen van de economie is tot minder dan een half procent per jaar gedaald. Wie een woning zoekt, wacht. Wie een stroomaansluiting nodig heeft, wacht. Wie een WIA-uitkering aanvraagt, wacht. Wie bescherming zoekt, wacht. Wie zijn woning wil verduurzamen maar geen geld heeft, wacht eveneens. In 2025 leefden ongeveer 503.000 huishoudens in energiearmoede. Zij kwamen gemiddeld 624 euro per jaar tekort om hun energierekening te betalen. 

De wachtrij lijkt neutraal. Wie het eerst komt, is het eerst aan de beurt. Maar dat is schijn. Wie geld, kennis en contacten heeft, kan vaak een andere route vinden. Schaarste treft niet iedereen gelijk. Toch is niet iedere grens met meer groei op te lossen. Nederland kan het elektriciteitsnet uitbreiden, maar niet onbeperkt ruimte, natuur, water en arbeidskracht produceren. De vraag is daarom niet alleen hoe we meer mogelijk maken, maar ook waaraan we voorrang geven. Dat vereist politiek oordeel. Een aansluiting voor een datacenter is niet vanzelfsprekend even waardevol als een aansluiting voor woningbouw of een ziekenhuis. Een euro voor consumptie is begrotingstechnisch misschien gelijk aan een euro voor onderwijs, infrastructuur of innovatie, maar maatschappelijk is dat niet zo. Besturen is meer dan iedereen op volgorde laten wachten. Het is uitleggen wat voorrang verdient en waarom.

 

Grenzen voor anderen, vrijheid voor onszelf

Ook internationaal verdween de wederkerigheid uit het bestuur. De Verenigde Staten sloten een overeenkomst waardoor Saoedi-Arabië zelf uranium kan verrijken en plutonium kan opwerken, terwijl inspecteurs niet overal toegang krijgen. Iran mag onder geen beding een kernwapen ontwikkelen, maar een bevriende autocratie krijgt technologie waarmee dat wel mogelijk wordt. Dezelfde regering dreigde het Internationaal Strafhof ‘steen voor steen’ af te breken. Instituties die staten aan regels binden, worden alleen aanvaard zolang zij anderen begrenzen. Zodra zij de eigen macht raken, worden ze als illegitieme inmenging behandeld. Ook binnen de Verenigde Staten probeerde president Trump onafhankelijke waarborgen rond verkiezingen te verzwakken. Zijn importheffingen, ingevoerd met een beroep op een economische noodtoestand, hielden geen stand voor het Hooggerechtshof. De douane moet daardoor 166 miljard dollar terugbetalen aan bedrijven. Het geboorterecht op Amerikaans staatsburgerschap probeerde hij per decreet te beperken, ondanks de duidelijke tekst van het veertiende amendement (Iedereen die in de Verenigde Staten is geboren of genaturaliseerd, is automatisch staatsburger van het land en van de staat waar hij of zij woont). Het goede nieuws is dat rechters en instituties soms standhouden. Het slechte nieuws is dat hun gezag afhankelijk wordt van een voortdurende verdedigingsstrijd. Frankrijk vatte het verval van het Amerikaanse morele leiderschap samen met de hashtag #AmericaAlone. Een land dat zich ooit presenteerde als baken van mensenrechten, wordt steeds vaker genoemd in het gezelschap van landen die internationale normen vooral als hinderlijke beperkingen beschouwen.

 

De mens die uit het debat verdwijnt

In de Nederlandse discussie over de Spreidingswet gaat het over gemeenten, aantallen, verdeelsleutels en draagvlak. Nauwelijks over vluchtelingen zelf. Filosofiestudent Zaïfa Verhoeven schreef dat het debat evengoed over de verdeling van aardappelen had kunnen gaan. Vluchtelingen verschijnen vooral als bestuurlijk probleem en onderwerp van de bezorgdheid van anderen. Hun eigen zorgen, ervaringen en verlangens blijven buiten beeld. Talkshows versterken die abstractie. Asiel wordt gepresenteerd als de crisis waaraan iedere politieke partij zich moet bewijzen. De wetten van voormalig minister Faber worden ongemerkt het criterium voor de vraag of een partij ‘grip op migratie’ wil. Dat asielzoekers maar een beperkt deel van de totale migratie vormen, verdwijnt naar de achtergrond. Dat oorlog, onderdrukking en klimaatverandering belangrijker zijn voor vluchtelingenstromen dan de strengheid van een Nederlandse wet eveneens. Door een verhaal vaak genoeg te herhalen, wordt het een vanzelfsprekend kader. Middenpartijen nemen de taal van radicaal-rechts over in de hoop kiezers terug te winnen en normaliseren daarmee precies het wereldbeeld dat zij zeggen te bestrijden. Zeer waarschijnlijk een heilloze weg.

Rebecca Solnit vergelijkt extreemrechtse politiek met een kind dat niet kan verdragen dat de aardappelen en doperwten elkaar op het bord raken. Alles moet in een eigen vakje blijven: mannen en vrouwen, christenen en moslims, hetero’s en queers, burgers en vreemdelingen. Orde betekent scheiding. Maar de werkelijkheid houdt zich niet aan de vakjes. Het gif op een akker belandt in het water van iemand anders. CO₂ passeert grenzen zonder paspoort. Een oorlog sluit de Straat van Hormuz en schepen moeten om Afrika varen. De branden in Frankrijk en Spanje, de zwavellucht rond Tata Steel en het opwarmende Great Barrier Reef maken allemaal hetzelfde duidelijk: niemand leeft uitsluitend in zijn eigen compartiment.

 

Een omgeving waarin geen rechten meer kunnen bestaan

Nergens werd de ontmenselijking in juli scherper zichtbaar dan in Gaza. Onderzoekers interviewden 76 kinderen tussen twaalf en achttien jaar. Zij spraken niet alleen over bombardementen, dood en verwoeste huizen, maar over het verdwijnen van de volledige sociale infrastructuur: familie, school, gezondheidszorg, veiligheid en toekomst. Hoofdonderzoeker Marieke Hopman sprak van een ‘martelende omgeving’. Het gaat niet langer om afzonderlijke schendingen van kinderrechten. Er is een werkelijkheid ontstaan waarin kinderrechten vrijwel niet meer kunnen bestaan. Een Israëlische minister verklaarde dat de totale verwoesting van Noord-Gaza hem ‘een heel goed gevoel’ gaf. De vernietiging was volgens hem bewust beleid. Tegelijkertijd werden plannen zichtbaar voor militaire buitenposten die later in burgernederzettingen kunnen veranderen. Het morele dieptepunt ligt misschien niet alleen in zulke uitspraken, maar ook in de gewenning eromheen. Wat maandenlang dagelijks nieuws was, verdwijnt naar binnenpagina’s. De wereld raakt gewend aan wat zij aanvankelijk onvoorstelbaar vond.

 

De laatste stuiptrekking en de alternatieven

Brené Brown bood enige hoop voor de toekomst. De hardheid waarmee witte, mannelijke en autoritaire macht zich manifesteert, zou juist kunnen wijzen op haar verzwakking. De oude orde voelt dat zij terrein verliest en slaat daarom wanhopig om zich heen. Dat is een troostende gedachte, maar ook een gevaarlijke. Een stervende orde kan zeer lang sterven en onderweg veel vernietigen. Vooruitgang is geen natuurwet. Zij bestaat alleen wanneer mensen instituties beschermen, grenzen stellen en alternatieven bouwen.

Studenten van de TU Eindhoven bouwden een ambulance die volledig op zonne-energie rijdt en werkt, bedoeld voor afgelegen gebieden waar brandstof, elektriciteit en medische zorg schaars zijn. 

Europese onderzoekers zien kansen in witte waterstof. Natriumbatterijen kunnen de afhankelijkheid van schaars lithium verminderen. Een Nederlands bedrijf gaat vijf gigawattuur aan zulke batterijen verkopen. Helaas komen ze opnieuw uit China, omdat Europa wel over ambities maar nauwelijks over een volgehouden industriepolitiek beschikt.

ROC Mondriaan plant bomen voor afgestudeerde studenten. Inmiddels staan er 10.800. De Tour de France schonk tweehonderd kinderen uit arme gezinnen een fiets. In Groningen en andere steden zorgen speelfestivals, buurtcampings en straatinitiatieven ervoor dat een vakantie zonder vliegreis toch een zomer met herinneringen kan worden.

Het zijn kleine verhalen naast oorlogen, bosbranden en machtsmisbruik. Maar ze laten iets belangrijks zien: menselijk handelingsvermogen bestaat nog steeds. Mensen kunnen ontwerpen, herstellen, planten, delen en organiseren.

 

Voetbal en de bijenkorf

Misschien kwam het mooiste beeld van de maand uit het voetbal. Spanje won het wereldkampioenschap niet door de tegenstander vooral te ontregelen, maar door verzorgd samen te spelen en telkens de concentratie te hervinden. Een aanvaller liep terug om een aanval af te stoppen; een spits verliet zijn positie om ruimte voor een ander te maken. Bondscoach Luis de la Fuente verwees daarbij naar Marcus Aurelius en de bijenkorf. Wat niet goed is voor de korf, kan uiteindelijk ook niet goed zijn voor de bij. En een stevige korf ontstaat alleen wanneer iedere bij bijdraagt.

Nederland werd op het wereldkampioenschap voetbal opnieuw uitgeschakeld na strafschoppen. Acht van de laatste tien strafschoppenseries gingen verloren. Toch wordt nog altijd gezegd dat penalty’s een loterij zijn en dat de spanning van het beslissende moment niet kan worden nagebootst. Penaltydeskundige Gyuri Vergouw bestrijdt dat fatalisme. Natuurlijk kan een training nooit volledig hetzelfde zijn als een beslissende wedstrijd. Maar spelers kunnen wel hun techniek automatiseren, spanning leren verdragen, situaties visualiseren en vaste routines ontwikkelen. Wie alleen het opstijgen oefent en de landing aan het toeval overlaat, is slecht voorbereid.

 

De maand van het handelingsvermogen

In een toespraak tot afgestudeerden gebruikte communicatiewetenschapper Jessica Piotrowski het woord agency: ‘het vermogen om zelf te handelen in een wereld waarin berichten niet alleen door mensen worden geschreven, maar door systemen worden geconstrueerd, voorspeld en persoonlijk aangeboden’. Over tien jaar, zei zij, zullen we ons afvragen of we te snel gingen of niet snel genoeg. Of we AI te gemakkelijk omarmden of ons er juist te lang tegen verzetten. En of we werkelijk begrepen wat er op het spel stond. Wat op het spel staat, is niet alleen werkgelegenheid, privacy of productiviteit. Het is ons vermogen mens en burger te blijven: aandachtig kijken, zelf oordelen, verantwoordelijkheid nemen, naar anderen luisteren en gezamenlijk iets nieuws beginnen.

Juli 2026 liet een wereld zien die steeds complexer wordt en tegelijk verlangt naar simpele antwoorden. Naar een algoritme dat kiest, een leider die beslist, een protocol dat verantwoordelijkheid overneemt of een vijand die de schuld krijgt. Maar democratie, onderwijs en menselijkheid beginnen juist waar we die verleiding weerstaan. Juli 2026 was de maand waarin we de regie dreigden kwijt te raken. De opgave voor augustus is haar niet aan één sterke leider of slimme machine te geven, maar haar opnieuw gezamenlijk te leren dragen.

Michiel Verbeek

Cookiemelding

We gebruiken functionele cookies om ervoor te zorgen dat onze websites goed werken en veilige analytische cookies om je de best mogelijke gebruikerservaring te bieden.

Als u op 'Akkoord' klikt, stemt u in met het plaatsen van alle cookies.